**1..** De persoon, die op 31 december 1996 een uitkering ontvangt op grond van de Algemene bijstandswet welke hoger is dan de uitkeringshoogte waarin deze verordening voorziet, en op wie ter zake van die uitkering de Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet niet van toepassing was, ontvangt met inachtneming van het derde lid voor het verschil een herindelingstoeslag.
**2..** De persoon, die op 31 december 1996 een uitkering ontvangt en wiens uitkering per 1 januari 1997 op grond van een beschikking als bedoeld in artikel 4 van de Invoeringswet herinrichting Algemene Bijstandswet hoger is dan de uitkeringshoogte waarin deze verordening voorziet, ontvangt met inachtneming van het tweede lid voor het verschil een herindelingstoeslag.
**3..** De toeslag als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt telkens verminderd met de stijging van de in de Algemene bijstandswet vastgestelde basisnormen.
**4..** De in het eerste en tweede lid bedoelde toepassing van deze verordening eindigt zodra een wijziging van omstandigheden van de persoon of het gezin optreedt of is opgetreden die op grond van hoofdstuk IV, afdeling 1, paragraaf 2 en 3, van de nieuwe Algemene bijstandswet tot toepassing van een andere bijstandsnorm dient te leiden en burgemeester en wethouders in het betreffende geval een nieuw besluit inzake de verlening van algemene bijstand hebben getroffen.