Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Afmeting, indeling en uitgifte der graven

Onderdeel van Nadere regels voor graven, asbezorging en gedenkplaatsen

1.. De graven, met uitzondering van kindergraven hebben een lengte van 2.30 meter en een breedte van 1.00 meter. De kindergraven hebben een lengte van ten hoogste 1.25 meter en een breedte van ten hoogste 0.70 meter. De urnengraven hebben een afmeting van 0.80 meter x 0.80 meter. Burgemeester en Wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde onder a. b. en c. van dit artikel. 2.. De eigen graven worden afhankelijk van de situatie onderverdeeld in: graven, uitgegeven voor de tijd van 30 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 2 lijken of het plaatsen van 2 asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van de as van 2 overledenen; graven uitgegeven voor de tijd van 30 jaren, bestemd voor het begraven van ten hoogste 1 lijk of het plaatsen van 2 asbussen met of zonder urnen of het verstrooien van as van 2 overledenen; graven uitgegeven voor de tijd van 30 jaren, bestemd voor het begraven van 1 lijk en 1 asbus; kindergraven, uitgegeven voor de tijd van 30 jaren, bestemd voor het begraven van het lijk van één kind jonger dan 12 jaar; voor grafkelders kunnen Burgemeester en Wethouders vrijstelling verlenen van de in de leden a,b en c genoemde aantallen. Burgemeester en Wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde onder a. b. en c. van dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel