Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar of langer gelden de volgende uitgangspunten:
1. Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikelen 3 tot en met 6 en 11 genoemde voorwaarden.
2. De gemeente vraagt bij minimaal drie instellingen offertes op voordat een langlopende uitzetting wordt gedaan. Deze offertes worden door de gemeente schriftelijk vastgelegd.
3. De portefeuillehouder Financiën wordt elk kwartaal geïnformeerd over de omvang en de termijnen van de uitgezette middelen.
4. Voordat wordt overgegaan tot een langlopende uitzetting (één jaar of langer) wordt daarover een collegebesluit genomen.
5. Voor het uitzetten van liquide middelen geldt een maximum van € 3 miljoen per transactie.