Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Uitgangspunten risicobeheer

Onderdeel van Treasurystatuut 2010

Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend  verstrekken aan door het college van burgemeester en wethouders goedgekeurde derde partijen, tegen acceptabele voorwaarden, waarbij vooraf advies van de afdeling Financiën wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het is verboden om enig risico te nemen bij het uitzetten van overtollige middelen. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut, Wet Fido en de Ruddo. Risico’s bij uitzettingen worden beperkt doordat minimaal de hoofdsom wordt gegarandeerd. Het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van aandelen is verboden; behalve voor zover deze gekocht worden in het kader van de uitoefening van de publieke taak. Het uitzetten van geldmiddelen in de vorm van aandelen is verboden; behalve voor zover deze gekocht worden in het kader van de uitoefening van de publieke taak.

Rechtspraak bij dit artikel