Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1.

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Bomenverordening 1996

1.. In deze verordening wordt verstaan onder: boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van een herplant- of instandhoudingsplicht kunnen voorschriften gesteld en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 10 cm dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven maaiveld; houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen; hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld opnieuw op de stronk uitlopen; bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de Boswet; boomwaarde: het getal dat, overeenkomstig de Verbeterde Methode Raad, wordt gevonden door het produkt van de factoren: de oppervlakte in cm² van de dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven het maaiveld; de geïndexeerde eenheidsprijs per cm²; de standplaatswaarde; de conditiewaarde; de waarde van de plantwijze; monumentale boom of houtopstand: een boom of houtopstand die als zodanig is aangewezen op een door Burgemeester en Wethouders vast te stellen lijst van monumentale bomen en houtopstanden, als bedoeld in hoofdstuk 3 van deze verordening; bijzondere of waardevolle boom, boomgroep of houtopstand: een boom, boomgroep of houtopstand die als zodanig door Burgemeester en Wethouders is gemerkt; bomenfonds: een fonds waaruit Burgemeester en Wethouders een bijdrage kunnen verlenen in de kosten van maatregelen, die noodzakelijk zijn voor het duurzaam instandhouden van monumentale bomen of houtopstanden, bijzondere of waardevolle bomen of houtopstanden, beeldbepalende boomgroepen of bomen, boomgroepen of houtopstanden waarvoor een kapvergunning is geweigerd dan wel voor bomen, boomgroepen of houtopstanden waarvoor een instandhoudingsplicht is opgelegd; bevoegd gezag: het bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 2.. In deze verordening wordt onder vellen verstaan het rooien, met inbegrip van het verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige (vorm)beschadiging of ernstige ontsiering van een boom, een boomgroep of een houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel