Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 13.

Indeling

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2004

Bij gedragingen van belanghebbenden waardoor de opgelegde verplichtingen niet of onvoldoende zijn nagekomen, wordt onverminderd artikel 2, tweede lid, de maatregel vastgesteld op: 5% van de bijstandsnorm gedurende de periode waarin belanghebbende anders dan als bedoeld in artikel 8 sub c niet voldoet aan de verplichtingen ingevolge artikel 55 van de wet; 5% van de bijstandsnorm gedurende de periode waarin belanghebbende niet meewerkt aan het instellen van een verzoek om kinderalimentatie zoals bedoeld in artikel 56 van de wet; 10% van de bijstandsnorm gedurende de periode bij niet de gevraagde medewerking verlenen voor vestiging van een krediethypotheek dan wel een pandrecht. 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand indien belanghebbende niet meewerkt aan noodzakelijk geachte doorbetaling, budgettering of verstrekking in natura; 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij niet de gevraagde medewerking verlenen, die redelijkerwijs noodzakelijk is voor de uitvoering van de wet; 10% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij het niet voldoen aan de verplichtingen die door het college nodig geacht worden voor en doelmatige bedrijfs- of beroepsuitoefening; het niet naar behoren voeren van een administratie; 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij het tonen van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; 20% van de bijstandsnorm gedurende de periode die belanghebbende niet op bijstand zou zijn aangewezen indien hij op verantwoorde wijze de middelen waarover hij beschikte of redelijkerwijs kon beschikken zou hebben aangewend. 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij het door verblijf in het buitenland, langer dan de gebruikelijke vakantieduur van 4 weken, sollicitatiekansen missen en daardoor onvoldoende trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij het niet voldoen aan de verplichtingen verband houdende met de aard en het doel van de bijstand of die strekken tot vermindering of beëindiging van de bijstand; 20% van de bijstandsnorm gedurende een maand indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt; 100% van de bijstandsnorm gedurende een maand bij het door eigen toedoen van belanghebbende niet verkrijgen of behouden van een voorliggende voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel