Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1

Begripsomschrijvingen.

Onderdeel van Verordening kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk 2005

In deze verordening wordt verstaan onder: college Het college van Burgemeester en Wethouders peuterspeelzaalwerk: Het bieden van speelgelegenheid aan kinderen van twee tot vier jaar gedurende één of meer dagdelen per week van maximaal 3,5 uur met als doel de ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en hen samen te laten spe-len. peuterspeelzaal: Een voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt; ouder of verzorger: Een persoon, die een minderjarig kind, dat bij hem/haar inwoont opvoedt en verzorgt; houder: Degene die een peuterspeelzaal in stand houdt; groep: Een eenheid, die bestaat uit een aantal kinderen en een aantal beroepskrachten en/of begeleiders; beroepskracht:In een peuterspeelzaal krachtens een arbeidsovereenkomst in een kinderdagverblijf werkzame persoon die werkzaamheden verricht, opgenomen in de voor kinderopvang geldende CAO en die over de voor die werkzaamheden benodigde opleiding beschikt; begeleider:De in een peuterspeelzaal werkzame persoon, die anders dan als beroepskracht belast is met het bieden van verzorging en opvoeding of onderdak en begeleiding aan kinderen. NEN:Door de stichting Nederlands Normalisatie Instituut vastgestelde norm.

Rechtspraak bij dit artikel