Voor het maken, veranderen of gebruiken van de uitweg gelden de volgende regels:
Standaardbreedte
In het belang van een veilig en doelmatig gebruik van de weg wordt de standaardbreedte voor een enkele uitweg vastgesteld op 3 meter. In het belang van de verkeersveiligheid en het doelmatig gebruik van de uitweg kan hiervan worden afgeweken. Bij de beoordeling van een bredere uitweg dan de standaardbreedte wordt hetgeen hieronder is vermeld in de beoordeling meegewogen.
Tweede of meerdere uitwegen bij een perceel
Uitgangspunt is één uitweg per woonperceel.
5.1. Indien daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht
In het belang van veilig gebruik van de weg kan men overgaan tot het verbieden van de uitweg als:
de uitweg breder is dan de vastgestelde standaardbreedte en geen noodzaak uit oogpunt van veiligheid van het verkeer op de weg kan worden aangetoond.
als de uitweg komt te liggen:
op of nabij een rotonde, kruising of splitsing van wegen;
als de uitweg kan leiden tot belemmering van het zicht;
op of nabij opstelstroken dan wel voorsorteervakken;
op een plaats waar de ruimte voor het plaatsen van een personenauto op het perceel van de aanvrager minder dan 5 meter zou bedragen;
op een plaats waar belemmeringen ontstaan voor het in- en uitrijden met een personenauto van één of meer bestaande garages;
op een plaats waar de uitweg op een fiets- en/of voetpad uitkomt en dat pad moet worden bereden om vanaf de openbare weg het perceel te bereiken;
op een plaats waar verlichting of bebording is aangebracht en deze uit oogpunt van veilig gebruik van de weg niet verplaatst kunnen worden.
5.2. Indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats
In het belang van de handhaving van parkeergelegenheid kan een uitweg worden verboden als
vanwege een hoge parkeerdruk op de openbare weg het niet gewenst is één of meerdere parkeerplaatsen of parkeergelegenheid te laten vervallen.
5.3. Indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast
In het belang van de bescherming van de groenvoorziening in de gemeente kan een uitweg worden verboden als:
structureel groen wordt doorkruist;
op de locatie van de uitweg een houtopstand staat en de gemeente geen medewerking wil verlenen om deze te kappen.
5.3. De bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving
In het belang van bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving kan een uitweg worden verboden als:
de uitweg leidt tot parkeren in de voortuin van tussenwoningen
er minder dan 2 meter ruimte is naast de woning zodat het leidt tot parkeren in de voortuin van de woning
naar het oordeel van burgemeester en wethouders sterk afbreuk wordt gedaan aan de ruimtelijke belevingswaarde van het desbetreffende gebied
5.4. Indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen
In die situatie wordt een tweede uitweg verboden.