Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

Procedure intrekken omgevingsvergunning

Onderdeel van Beleidsregels intrekken omgevingsvergunning

Indien de omgevingsvergunning tot stand is gekomen met de reguliere procedure, gelden de volgende procedurestappen: de vergunninghouder en derde belanghebbenden worden op de hoogte gesteld van het voornemen tot intrekking van de omgevingsvergunning en in de gelegenheid gesteld om hierover binnen een termijn van vier weken een zienswijze naar voren te brengen (artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht). Als een zienswijze is kenbaar is gemaakt, wordt bekeken of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen met het uitvoering geven aan de vergunning moet zijn begonnen. De termijn bedoeld onder punt b wordt per situatie beoordeeld, maar bedraagt niet meer dan 52 weken na bekend maken van het voornemen tot geheel of gedeeltelijk intrekken van de omgevingsvergunning. Het bevoegd gezag neemt binnen 8 weken na de ontvangst van de zienswijze een besluit over het geheel of gedeeltelijk intrekken van de omgevingsvergunning conform deze beleidsregels; Het besluit tot geheel of gedeeltelijk intrekken van de omgevingsvergunning wordt bekend gemaakt aan de vergunninghouder en er wordt overeenkomstig de voorwaarden genoemd in artikel 3:12 Algemene wet bestuursrecht kennis van gegeven. Indien de omgevingsvergunning tot stand is gekomen met de uitgebreide voorbereidingsprocedure, gelden de volgende procedurestappen: Voordat de omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het ontwerpbesluit tot het geheel of gedeeltelijk intrekken van de omgevingsvergunning zes weken ter inzage gelegd. Hiervan wordt kennisgegeven overeenkomstig de voorwaarden genoemd in artikel 3:12 Algemene wet bestuursrecht. Belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze over het ontwerpbesluit kenbaar te maken. Als een zienswijze is kenbaar is gemaakt, wordt bekeken of de ingediende zienswijze aanleiding geeft tot het gunnen van een ruimere termijn waarbinnen met het uitvoering geven aan de vergunning moet zijn begonnen of waarbinnen de werkzaamheden weer moeten worden hervat. De termijn bedoeld onder punt c wordt per situatie beoordeeld, maar bedraagt niet meer dan 52 weken na bekend maken van het voornemen tot geheel of gedeeltelijk intrekken van de omgevingsvergunning. Als er geen zienswijzen kenbaar zijn gemaakt, neemt het bevoegd gezag binnen 4 weken nadat de termijn de termijn voor het indienen van de zienswijze is verstreken, een besluit; Als er wel zienswijzen kenbaar zijn gemaakt, neemt het bevoegd gezag binnen uiterlijk 12 weken na de terinzagelegging een besluit (artikel 3:18 van de Algemene wet bestuursrecht). Het besluit tot geheel of gedeeltelijk intrekken van de omgevingsvergunning wordt bekend gemaakt aan de vergunninghouder en eventueel derdebelanghebbenden en er wordt overeenkomstig de voorwaarden genoemd in artikel 3:12 Algemene wet bestuursrecht kennis van gegeven;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel