De beleidsregels treden in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking.
Op intrekkingsprocedures van bouwvergunningen als bedoeld in artikel 40 Woningwet (oud) die worden opgestart na inwerkingtreding van deze beleidsregel is deze beleidsregel onverkort van toepassing met dien verstande dat daar waar “omgevingsvergunning” staat genoemd telkens “bouwvergunning” moet worden gelezen.
Op intrekkingsprocedures van milieuvergunningen als bedoeld in artikel 8.1 Wet milieubeheer (oud) die onherroepelijk zijn en die worden opgestart na inwerkingtreding van deze beleidsregel is deze beleidsregel onverkort van toepassing met dien verstande dat daar waar “omgevingsvergunning” staat genoemd telkens “milieuvergunning” moet worden gelezen.
Op intrekkingsprocedures van sloopvergunningen als bedoeld in artikel 8.1.1. bouwverordening (oud) die onherroepelijk zijn en die worden opgestart na inwerkingtreding van deze beleidsregel is deze beleidsregel onverkort van toepassing met dien verstande dat daar waar “omgevingsvergunning” staat genoemd telkens “sloopvergunning” moet worden gelezen.
Op intrekkingsprocedures van aanlegvergunningen als bedoeld in de bestemmingsplannen van de gemeente Almelo die zijn verleend voor de inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, onherroepelijk zijn, en die worden opgestart na inwerkingtreding van deze beleidsregel is deze beleidsregel onverkort van toepassing met dien verstande dat daar waar “omgevingsvergunning” staat genoemd telkens “aanlegvergunning” moet worden gelezen.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregels intrekken omgevingsvergunning”.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 27 september 2011.
Burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
Algemene toelichting
In artikel 2.33 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is voor het bevoegd gezag de bevoegdheid vastgelegd om een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk in te trekken. Deze beleidsregels zijn van toepassing op de activiteiten zoals genoemd in artikel 2.1 lid 1 onder a, b en e en artikel 2.2 lid 1 onder a.
Tot op heden was er nog geen sprake van een actief intrekkingsbeleid. Er bestond echter wel de wens om hier beleidsregels voor op te stellen. De beleidsregels zorgen voor een kader voor intrekkingen en zorgen ervoor dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden.
Daarnaast bestond er de wens om tegen te gaan dat alsnog uitvoering wordt gegeven aan verouderde bouwplannen. Reden hiervoor is voorkomen dat alsnog bouwplannen worden gerealiseerd die niet voldoen aan de hedendaagse technische eisen op het gebied van brandveiligheid, energiezuinigheid en constructieve veiligheid. Ook voor verouderde vergunningen op milieugebied bestaat de wens om deze in te trekken als hier geen gebruik van wordt gemaakt.
Tenslotte is intrekkingsbeleid wenselijk voor de Basis Gebouwenregistratie (BGR). In de BGR worden gegevens en brondocumenten vastgelegd van onder meer panden en verblijfsobjecten. Het verlenen van een omgevingsvergunning kan leiden tot het ontstaan van een nieuw pand of verblijfsobject of uitbreiding of vermindering daarvan. Vanaf het moment dat de omgevingsvergunning is verleend, worden de (voorlopige) gegevens van een pand of verblijfsobject vastgelegd in de Basisadministratie Gebouwen en Adressen (BAG). Het betreft gegevens als het huisnummer, het bouwjaar, het gebruiksdoel, de gebruiksoppervlakte en de geometrie. In de BGR wordt ook de levensloop van het pand of het verblijfsobject vastgelegd. Deze levensloop start of eindigt bij het afgeven van de omgevingsvergunning. Om te waarborgen dat de meest actuele gegevens in de BAG worden vastgelegd worden eerder opgenomen voorlopige gegevens in de BAG historisch gemaakt als een omgevingsvergunning wordt ingetrokken. Een adequaat archief is belangrijk voor de WOZ en bij calamiteiten voor onderzoek en schadebepaling. De actualiteit wordt gewaarborgd door het vaststellen van en het actief uitvoeren van het intrekkingsbeleid.
Artikelsgewijze toelichting