VOOR BASISONDERWIJS IN HET SAMENWERKINGSVERBAND
Dit artikel is een aanvulling op art. 3. Voor alle onderwijssoorten geldt de hoofdregel van art. 3, 1e lid. Art. 4 WPO bepaalt voor speciale scholen voor basisonderwijs echter dat het vervoer naar de dichtstbijzijnde school in het samenwerkingsverband dient te worden bekostigd. Dat zal veelal wel, maar hoeft niet de dichtstbijzijnde toegankelijke school van zijn soort te zijn omdat buiten het samenwerkingsverband een dichterbij gelegen speciale school kan zijn. Deze regeling is door de wetgever getroffen om zo veel mogelijk opvang binnen het eigen samenwerkingsverband te realiseren. Evenals bij de regeling voor basisscholen wordt bij het toekennen van een voorziening voor leerlingenvervoer rekening gehouden met de toegankelijkheid voor de leerling en de op godsdienst of levensbeschouwing berustende keuze van de ouders. In art. 9 wordt gesproken van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is. Dit is op grond van art. 3 de dichtstbijzijnde toegankelijke basisschool. Is dit het geval, dan is art. 9 van toepassing. Daarnaast geldt als gevolg van de verwijzing naar art. 3 bij toepassing van onderdeel b ook hier het vereiste van
schriftelijke instemming van de ouders.
Hoofdstuk
Artikel 9
BEKOSTIGING NAAR DE DICHTSTBIJZIJNDE TOEGANKELIJKE SPECIALE SCHOOL
Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Almelo 2011