**1..** Wanneer een gewezen ambtenaar, die aan deze regeling recht op
uitkering kan ontlenen, inkomsten geniet of gaat genieten uit of
in verband met arbeid, waaronder mede wordt verstaan een
uitkering krachtens de WAJONG of de WAZ, of bedrijf, ter hand
genomen met ingang van of na de datum waarop zijn ontslag is
ingegaan, wordt op de uitkering een vermindering toegepast. Deze
vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en
de onverminderde uitkering krachtens artikel 9:2 samen de
laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan.
**2..** Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van
inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand
genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit,
onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan hem
de uitkering krachtens deze regeling is toegekend.
**3..** Wanneer de gewezen ambtenaar op of na de dag, bedoeld in het
eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid
of bedrijf ter hand genomen vóór evenbedoelde dag, is ten
aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in
het eerste lid van overeenkomstige toepassing. De hierbedoelde
vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of
hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen,
of indien de gewezen ambtenaar aannemelijk maakt dat die
inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van
andere oorzaken, verband houdende met het ontslag.
**4..** Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet
verstaan inkomsten verkregen wegens overwerk of als
gratificatie.