Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Slotbepalingen

Onderdeel van Verordening Cliëntenparticipatie de Brug

1.. In alle gevallen waarin het bepaalde in deze verordening niet voorziet met betrekking tot de werkwijze van de Cliëntenraad, beslist de Cliëntenraad. 2.. In alle overige gevallen waarin het bepaalde in deze verordening niet voorziet, beslist het college, gehoord de Cliëntenraad. 3.. Op zowel de voorzitter als de leden van de Cliëntenraad is de gemeentelijke “Verordening rechtspositie raads- en commissieleden” van toepassing. 4.. De verordening als genoemd in artikel 14, lid 3 is niet van toepassing op leden die namens het UWV WERKbedrijf deelnemen aan de Cliëntenraad; voor deze leden geldt de regeling vacatiegelden van het UWV WERKbedrijf. 5.. De Cliëntenraad komt op basis van een, door het college goed te keuren begroting, in aanmerking voor een vergoeding van uitvoeringskosten. 6.. Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening Cliëntenparticipatie De Brug”. 7.. Deze verordening treedt één dag na publicatie in het Stadsblad in werking. Met ingang van datzelfde moment wordt de “Verordening Cliëntenraad Breda” ingetrokken.

Rechtspraak bij dit artikel