Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Samenstelling en benoeming

Onderdeel van Verordening Cliëntenparticipatie de Brug

1.. De Cliëntenraad heeft een oneven aantal leden van minimaal 7 en maximaal 11 leden en evenveel plaatsvervangende leden. 2.. De Cliëntenraad wordt gevormd door cliënten van De Brug, en/of hun vertegenwoordigers van belangenorganisaties en vertegenwoordigers vanuit de cliëntenraden van het UWV WERKbedrijf. 3.. Cliënten en belangenorganisaties worden geselecteerd namens het college na openbare werving. 4.. De selectie vindt plaats op basis van een opgestelde profielschets. 5.. De leden en de plaatsvervangend leden worden door het college benoemd. 6.. De leden, die als vertegenwoordiger namens een belangenorganisatie optreden, worden op basis van schriftelijke voordracht van de aangewezen organisaties, door het college benoemd. 7.. De in het derde lid bedoelde organisaties dienen een cliënt van De Brug voor te dragen. 8.. Als het afvaardigen van een geschikte cliënt van De Brug niet mogelijk is, is een voordracht van een niet-cliënt door de organisatie toegestaan. 9.. Een lid of plaatsvervangend lid dient in alle gevallen in de gemeente Breda woonachtig te zijn. 10.. Het lidmaatschap of plaatsvervangend lidmaatschap van de Cliëntenraad is niet verenigbaar met het lidmaatschap van: de raad; een andere door het gemeentebestuur van Breda ingestelde bestuurscommissie; een andere door het management van het UWV WERKbedrijf ingestelde bestuurscommissie, anders dan de eigen cliëntvertegenwoordiging. 11.. Het college deelt de betrokkene schriftelijk mede, dat hij/zij is benoemd tot lid respectievelijk plaatsvervangend lid van de Cliëntenraad. De benoemde deelt binnen 14 dagen aan het college mee, of hij de benoeming aanvaardt.

Rechtspraak bij dit artikel