**1..** De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
dat op of aan dat bouwwerk, vanwege en overeenkomstig de
aanwijzingen van het college, voorwerpen, borden of
voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de
openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden,
gewijzigd of verwijderd.
**2..** Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
Belemmeringswet Privaatrecht.
Artikel 2.1.6.10 Objecten onder hoogspanningslijn
(vervallen)
Artikel 2.1.6.11 Veiligheid op het ijs
Het is verboden:
voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren
of in gevaar te brengen;
bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde
ijsvlakten te verplaatsen, weg te nemen, te
beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
daarvan te verijdelen of te belemmeren.
Het verbod geldt niet voor zover in het daarin
geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek
van Strafrecht of de Provinciale
vaarwegenverordening Fryslân.
Artikel 2.1.6.12 Bijt in het ijs
Degene die een bijt in het ijs van een voor publiek
toegankelijke ijsbaan of ijsweg maakt,
onderscheidenlijk heeft, is verplicht deze op
opvallende wijze af te bakenen door bijvoorbeeld
planken, takken of schotsen.
Onder bijt, als bedoeld in het eerste lid, wordt
niet verstaan een smalle opening die rondom een
vaartuig in het ijs is gemaakt.
Artikel 2.1.6.13 Gevaarlijk ijs
De rechthebbende op een werk voor de afvoer van water is,
wanneer het ijs in of nabij een ijsbaan of ijsweg door
uitstorting van dat water onbetrouwbaar is, verplicht de
gevaarlijke plaats duidelijk zichtbaar en op opvallende
wijze af te bakenen.
Artikel 2.1.6.14 Vrijheid ijsverkeer
Het is verboden op of aan een voor het publiek toegankelijke
ijsbaan of ijsweg op enigerlei wijze de vrijheid van het
verkeer zonder noodzaak te belemmeren dan wel de veiligheid
op die ijsweg of ijsbaan in gevaar te brengen.
Artikel 2.1.6.15 Wedstrijd op het ijs (vervallen)
Artikel 2.1.6.16 Onbetrouwbaarheid van het ijs
Het is verboden zich op het ijs van een voor het
publiek toegankelijke ijsbaan of ijsweg te bevinden,
indien dit wegens onbetrouwbaarheid van dat ijs
gevaar dreigt op te leveren.
Degene aan wie in een geval als bedoeld in het
eerste lid door een ambtenaar van politie wordt
bevolen zich van het onbetrouwbare ijs te
verwijderen, is verplicht aan dit bevel onmiddellijk
gevolg te geven.
Afdeling 2 Toezicht op evenementen
Artikel 2.2.1 Begripsomschrijvingen
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan:
elke voor publiek toegankelijke verrichting van
vermaak, met uitzondering van:
bioscoopvoorstellingen;
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
onder h, van de Gemeentewet;
kansspelen als bedoeld in de Wet op de
kansspelen;
het in een inrichting in de zin van de Drank- en
Horecawet gelegenheid geven tot dansen;
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
Onder evenement wordt mede verstaan:
een herdenkingsplechtigheid;
een braderie;
een snuffelmarkt
een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
art. 2.1.2.2, op de weg;
een feest of wedstrijd op of aan de weg.
Artikel 2.2.2 Evenement
Het is verboden zonder vergunning van de
burgemeester een evenement te organiseren.
De vergunning kan worden geweigerd in het belang
van:
de openbare orde;
het voorkomen of beperken van overlast;
de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen
of goederen;
de zedelijkheid of gezondheid.
het karakter van de locatie.
De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door
hem aan te wijzen categorieën evenementen.
Het verbod van het eerste lid geldt niet voor de in
het tweede lid, onder d, van artikel 2.2.1 voorziene
gevallen, voor zover in het daarin geregelde
onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto
artikel 148 Wegenverkeerswet 1994.
De vergunning is persoonsgebonden.
Artikel 2.2.2a Meldingsplicht voor kleine evenementen
Het is verboden zonder vergunning van de
burgemeester een evenement te organiseren.
Het verbod van het eerste lid geldt niet voor
eendaagse evenementen, indien:
het een evenement in de open lucht betreft
en;
het aantal bezoekers of deelnemers op enig
moment niet meer bedraagt dan 100 personen
en;
indien het een barbecue of straatfeest betreft
niet meer dan 2 straten omvat en;
niet langer dan tot 23.00 uur versterkte en of
live muziek ten gehore wordt gebracht en;
het evenement geen belemmering vormt voor het
verkeer en de hulpdiensten en;
slechts objecten worden geplaatst met een
oppervlakte van minder dan 50m² per object en niet
meer dan 2 objecten per straat, en;
er een aanwijsbare organisator is en;
het evenement niet op zondag plaatsvindt
en;
de organisator de burgemeester tenminste 3
weken voorafgaand aan het evenement in kennis
stelt met een door de burgemeester vastgesteld
meldingsformulier en;
binnen 10 werkdagen na ontvangst van het
meldingsformulier door de burgemeester geen
tegenbericht is verzonden. (Dan kan het evenement
plaatsvinden).
Indien straten afgesloten moeten worden voor
verkeer, dient de organisator dit te realiseren door
middel van schrikhekken met daarop borden C1 RVV
(geslotenverklaring). Hiervoor dient de organisator
zelf zorg te dragen;
Het verbod van het eerste lid geldt voorts niet voor
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan
de weg, voorzover in het geregeld onderwerp wordt
voorzien door artikel 10 juncto 148 van de
Wegenverkeerswet 1994.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 1 › Paragraaf 6
Artikel 2.1.6.9
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tytsjerksteradiel