1 De rechthebbende op vee of pluimvee dat zich bevindt in een aan
een weg liggend weiland of terrein dat niet van die weg is
afgescheiden door een deugdelijke (pluim)veekering, is verplicht
ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit
vee die weg niet kan bereiken.
Het is verboden vee zonder voldoende toezicht op of aan een
weg te hebben of te doen verblijven of zonder voldoende
begeleiding over de weg te vervoeren of te verweiden.
(Pluim)vee, dat onbeheerd wordt aangetroffen kan worden
overgebracht naar een door het college te bepalen plaats en
aldaar worden bewaard op kosten van de eigenaar.
Indien in bewaring gesteld (pluim)vee, als bedoeld in het
derde lid, niet binnen een termijn van een week, gerekend
vanaf de dag van inbewaringstelling, door de eigenaar is
opgevorderd, brengt het college deze bewaring door
publicatie in een of meer plaatselijk verschijnende
nieuwsbladen ter openbare kennis.
Indien de eigenaar het (pluim)vee niet binnen een week na de
in het vierde lid bedoelde publicatie heeft gevorderd, wordt
dit in het openbaar verkocht. Na aftrek van de kosten van
bewaring en publicatie wordt de opbrengst gedurende de
wettelijke termijn van verjaring ter beschikking van de
eigenaar gehouden.
In afwijking van het bepaalde in het vierde en vijfde id
zijn burgemeester en wethouders na het verstrijken van de
termijn, als bedoeld in het vierde lid, eveneens gerechtigd
over te gaan tot openbare verkoop van het (pluim)vee als
redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de waarde van het
vee ontoereikend is om hieruit de kosten van bewaring en
publicatie te voldoen.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 4
Artikel 2.4.22
Loslopend vee en pluimvee
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tytsjerksteradiel