**1..** Het is verboden aan een bij de gemeente in beheer en onderhoud
zijnde laad- en losplaats met een vaartuig ligplaats in te nemen
anders dan ter onmiddellijke lading of lossing.
**2..** Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
vervatte verbod.
**3..** De ontheffing is persoonsgebonden.
Artikel 5.3.15 Laad en losplaats
het is verboden op een gemeentelijke laad- en
losplaats:
andere goederen aanwezig te hebben dan die, welke
bestemd zijn ter lading in een vaartuig of welke aldaar
uit een vaartuig gelost zijn;
levende dieren langer dan een uur en goederen en stoffen
langer dan 24 uur te doen verblijven;
goederen zodanig aanwezig te hebben, dat deze het laden
of lossen van andere goederen belemmeren;
goederen, die niet voor onmiddellijke lading bestemd
zijn, op te slaan binnen een afstand van twee meter uit
de walkant;
agressieve stoffen te laden of te lossen:
langer dan 2 x 24 uur aaneengesloten te laden of te
lossen
Het college kan ontheffing verlenen van de in het eerste
lid vervatte verbod.
De ontheffing is persoonsgebonden.
Artikel 5.3.16 Hinder of gevaar door laden of lossen
De schipper van een vaartuig is verplicht het laden en lossen
van dat voertuig te stoppen indien hem door of namens het
college mededeling is gedaan, dat naar het oordeel van het
college of naar het oordeel van een door het college aangewezen
toezichthouder, hierdoor gevaar of verontreiniging voor de
omgeving wordt veroorzaakt.
Afdeling 4 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
natuurgebieden
Artikel 5.4.1 Crossterreinen
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met
een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1, onderdeel z,
en een bromfiets als bedoeld in artikel 1, onderdeel i
van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een
wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te
doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een
motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
daartoe aanwezig te hebben.
Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod
niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen
voor het gebruik van deze terreinen:
in het belang van het voorkomen of beperken van
overlast;
in het belang van de bescherming van het uiterlijk
aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
milieuwaarden;
in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
het publiek.
3 Voor de toepassing van het eerste lid wordt dat onder weg
verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
verstaat.
4.Het verbod in het eerste lid geldt niet voorzover in het
daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren.
Artikel 5.4.2 Beperking verkeer in natuurgebieden
Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te
bevinden met een motorvoertuig als bedoeld in het
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, een
bromfiets als bedoeld in het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens 1990 of met een fiets of een paard.
Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het
kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik
van deze terreinen:
in het belang van het voorkomen van overlast;
in het belang van de bescherming van natuur- of
milieuwaarden;
c in het belang van de veiligheid van het publiek.
3 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor
bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers
of berijders van paarden:
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
hulpverlening en van andere krachtens het Reglement
verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de minister
van Verkeer en Waterstaat aangewezen
hulpverleningsdiensten;
die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
exploitatie van de door het college aangewezen
plaatsen;
die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;
van de zakelijk gerechtigden en huurders en pachters van
percelen gelegen binnen de door het college aangewezen
plaatsen;
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
verzorging van de onder d bedoelde personen.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
niet:
op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b,
van de Wegenverkeerswet 1994;
binnen de bij of krachtens de provinciale verordening
‘Stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden, ten aanzien
van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
zijn aangewezen als ‘toestel’.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het
eerste lid gestelde verbod.
De ontheffing is persoonsgebonden.
Afdeling 5 Verbod vuur te stoken
Artikel 5.5.1 Verbod vuur te stoken
Het is verboden in de openlucht vuur aan te leggen, te
stoken of te hebben.
Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.
3 . De ontheffing kan worden geweigerd:
in het belang van de openbare orde;
ter bescherming van de woon- en leefomgeving;
ter bescherming van de flora en de fauna;
ter voorkoming van hinder of nadelige beïnvloeding van
het milieu door rook, roet, stof, walm of stank.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet
voorzover:
het betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels
en dergelijke of het betreft vuur voor koken, bakken en
braden, vuurkorven of terraskachels, indien dat geen
gevaar of onaanvaardbare hinder oplevert voor de
omgeving.
het betreft door het college aangewezen plaatsen voor de
door het college aangewezen stoffen.
Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
onderwerp wordt voorzien door de Wet Milieubeheer,
artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van
Strafrecht of de Provinciale Milieuverordening.
De in het vierde lid genoemde uitzonderingen gelden niet
in op enigerlei wijze als zodanig aangegeven
natuurgebieden en de particuliere terreinen die
daarbinnen liggen.
De ontheffing is persoonsgebonden.
Afdeling 6 Straatnaamborden, huisnummers e.d.
Artikel 5.6.1 Gedoogplicht aanduidingen (vervallen)
Artikel 5.6.2 Verwijdering e.d. van aanduidingen
(vervallen)
Afdeling 7 Verstrooiing van as
Artikel 5.7.1 Begripsomschrijving
In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele
asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op
de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n)
gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Artikel 5.7.2 Verboden plaatsen
Incidentele asverstrooiing is verboden op:
verharde delen van de weg;
de gemeentelijke begraafplaatsen;
Het college kan een besluit nemen waarin voor een
bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen
dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing
plaatsvindt.
Het college kan op verzoek van de nabestaande die
zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere
omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit
het eerste lid, behoudens de gemeentelijke
begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
De ontheffing is persoonsgebonden.
Artikel 5.7.3 Hinder of overlast
Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 6.1 Strafbepaling
Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
en de op grond van artikel 1.4 daarbij gegeven voorschriften en
beperkingen, met uitzondering van het bepaalde in de artikelen
2.1.5.2, 2.1.5.3, 4.5.2, 4.5.4, 4.5.6 en 4.7.2, wordt gestraft
met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Artikel 6.2 Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het
college dan wel de burgemeester aangewezen personen.
Artikel 6.3 Binnentreden woningen
Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de
opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze
verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving
van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven
of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden
in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
verordening
De Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente
Tytsjerksteradiel van maart 2011 wordt ingetrokken.
Deze verordening treedt in werking op de dag na die
waarop zij is bekendgemaakt.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling
Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel
6:4, eerste lid, die golden op het moment van de
inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze
verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten
genomen krachtens deze verordening.
Artikel 6:6 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke
verordening Tytsjerksteradiel.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 3
Artikel 5.3.14
Ligplaats aan laad- of losplaats
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tytsjerksteradiel