Het college is bevoegd ligoevers aan te wijzen als bedoeld
in artikel 5.3.2, lid 2 sub a.
Bij de aanwijzing kan worden bepaald dat deze slechts
gedurende een bepaalde periode van kracht is en/of slechts
voor één of meer categorieën vaartuigen zal gelden.
Het college wint, alvorens tot ter inzage legging als
bedoeld in lid 4 over te gaan, het advies in van, zoveel
mogelijk, de publiekrechtelijke beheerder(s) van de
betrokken oever(s) en het (de) betrokken water(en).
Op de voorbereiding van een besluit als bedoeld in het
eerste lid is de in afdeling 3.4 van de Awb geregelde
procedure van toepassing.
In de aanwijzing zelf wordt het tijdstip bepaald waarop zij
in werking treedt.
Artikel 5.3.9 Procedure m.b.t. de aanwijzing van oevers en/of
wateren waar het ……………….. verboden is aan te leggen, te ankeren, of
te varen
Het college is bevoegd oevers en/of wateren aan te wijzen
als bedoeld in artikel 5.3.3, artikel 5.3.6 en artikel
5.3.7, waar het verboden is aan te leggen, te ankeren of te
varen.
Ten aanzien van het gebruik van de in lid 1 bedoelde
bevoegdheid zijn de leden 2 t/m 5 van artikel 5.3.8 van
overeenkomstige toepassing.