**1..** Het college berekent op aanvraag van de rechthebbende de hoogte van de
subsidie aan de werkgever.
**2..** De te verstrekken periodieke subsidie wordt bepaald aan de hand van de
hoogte van de loonwaarde van de SW-geïndiceerde volgens de volgende
systematiek: het reguliere (CAO-)loon geldend voor de betreffende
arbeidsplaats minus de loonwaarde van de SW-geindiceerde.
**3..** De periodieke subsidie bedraagt niet meer dan 60% van het Wettelijk
Minimumloon (WML, bruto exclusief werkgeverslasten). Het college kan de
loonwaarde van de SW-geïndiceerde vaststellen aan de hand van een
loonwaardeonderzoek.
**4..** Bij verschil van inzicht tussen het college en de werkgever over de
juistheid van de vastgestelde loonwaarde, kan een onafhankelijk
loonwaardeonderzoek plaatsvinden. De werkgever en het college delen in
dat geval de kosten.
**5..** Het College beëindigt de verstrekking van subsidies en vergoedingen op
grond van deze verordening indien de arbeidsovereenkomst tussen
werkgever en de SW-geïndiceerde, die de PGB-aanvraag heeft ingediend,
wordt beëindigd dan wel de begeleiding op de werkplek niet meer adequaat
wordt verzorgd.
**6..** Het vorige lid kan ook worden toegepast indien niet meer wordt voldaan
aan de voorwaarden genoemd in artikel 3 van deze verordening.
**7..** Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 10 van deze verordening
vindt minimaal iedere vijf jaar een loonwaardebepaling plaats door het
College in geval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde
tijd.
Artikel 4
De wijze van berekening van de hoogte van de periodieke subsidie aan de werkgever
Onderdeel van Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken wet sociale werkvoorziening (PGB WSW)