Naar hoofdinhoud

Artikel 4

De wijze van berekening van de hoogte van de periodieke subsidie aan de werkgever

Onderdeel van Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken wet sociale werkvoorziening (PGB WSW)

1.. Het college berekent op aanvraag van de rechthebbende de hoogte van de subsidie aan de werkgever. 2.. De te verstrekken periodieke subsidie wordt bepaald aan de hand van de hoogte van de loonwaarde van de SW-geïndiceerde volgens de volgende systematiek: het reguliere (CAO-)loon geldend voor de betreffende arbeidsplaats minus de loonwaarde van de SW-geindiceerde. 3.. De periodieke subsidie bedraagt niet meer dan 60% van het Wettelijk Minimumloon (WML, bruto exclusief werkgeverslasten). Het college kan de loonwaarde van de SW-geïndiceerde vaststellen aan de hand van een loonwaardeonderzoek. 4.. Bij verschil van inzicht tussen het college en de werkgever over de juistheid van de vastgestelde loonwaarde, kan een onafhankelijk loonwaardeonderzoek plaatsvinden. De werkgever en het college delen in dat geval de kosten. 5.. Het College beëindigt de verstrekking van subsidies en vergoedingen op grond van deze verordening indien de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en de SW-geïndiceerde, die de PGB-aanvraag heeft ingediend, wordt beëindigd dan wel de begeleiding op de werkplek niet meer adequaat wordt verzorgd. 6.. Het vorige lid kan ook worden toegepast indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 3 van deze verordening. 7.. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 10 van deze verordening vindt minimaal iedere vijf jaar een loonwaardebepaling plaats door het College in geval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd.

Rechtspraak bij dit artikel