Deze bepaling is ontleend aan artikel 18, tweede lid, van de WWB. Hierbij kan met name gedacht worden aan situaties waarin de bijstandsontvanger bij ontbrekende verwijtbaarheid resp. overmacht niet in staat is geweest om verplichtingen na te komen. Overigens kan daarbij het tijdstip waarop de bijstandsontvanger het college daarover heeft geïnformeerd nog wel een rol spelen. Zo kan verlangd worden dat een bijstandsontvanger die vanwege ziekte niet in staat is om op een afspraak te komen, dat doorgeeft of door laat geven zodra dat redelijkerwijs mogelijk is.
De waarschuwing is in de verordening opgenomen omdat het, met name bij bijstandsontvangers die voor het eerst in de fout gaan, een instrument kan zijn met voldoende corrigerend vermogen. Daarbij is van belang dat een waarschuwing volledig meetelt bij de bepaling van recidive, zoals geregeld in artikel 9, tweede lid, van deze verordening. Ook een waarschuwing kan, ingeval van herhaling, dus aanleiding zijn om een maatregel in duur te verdubbelen. In die zin heeft een waarschuwing rechtsgevolg, zodat er bezwaar tegen kan worden aangetekend.
De bepaling is facultatief geformuleerd, zodat ook in situaties waarin geen sprake is van financiële benadeling toch direct een maatregel opgelegd kan worden. Dat kan bijvoorbeeld
aan de orde zijn als de bijstandsontvanger al eerder, bijvoorbeeld via een herinneringsbrief, de kans is geboden om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. Er kan evenmin volstaan worden met een waarschuwing als, in de voorafgaande twaalf maanden, eerder een waarschuwing is gegeven of een maatregel is opgelegd.
Hoofdstuk 1.
Artikel 3.
Afzien van een maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand 2011