1.Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de belanghebbende in de gelegenheid
gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
Het horen van de belanghebbende kan achterwege worden gelaten als:
de vereiste spoed zich daartegen verzet;
de belanghebbende reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar
voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben
voorgedaan;
de belanghebbende niet heeft voldaan aan een verzoek van het college, of van een
derde aan wie het college met toepassing van artikel 7 van de wet werkzaamheden in
het kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te
verstrekken als bedoeld in artikel 17 van de wet;
het horen van de belanghebbende redelijkerwijs niet noodzakelijk is voor de
vaststelling van de ernst van de gedraging, van de mate van verwijtbaarheid en van
de persoonlijke omstandigheden van de belanghebbende.
Voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel c, wordt met het niet binnen de
gestelde termijn verstrekken van inlichtingen gelijkgesteld, het geen gevolg geven aan
een oproep voor een onderzoek dat in het kader van de wet noodzakelijk geacht kan
worden, waaronder begrepen de medewerking aan een huisbezoek.
Hoofdstuk 1.
Artikel 5.
Horen van belanghebbende
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand 2011