Gedragingen van de jongere inhoudende het niet of onvoldoende nakomen van de verplichtingen opgenomen in de wet, worden onderscheiden in de volgende categorieën:
Eerste categorie:
het niet tijdig voldoen aan een oproep om in verband met de arbeidsinschakeling op
een aangegeven tijd, datum en plaats te verschijnen;
het niet tijdig, binnen de door het college gestelde termijn, verstrekken van informatie
die van belang is voor de arbeidsinschakeling of het recht op bijstand.
Tweede categorie:
het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen of te
aanvaarden;
het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;
het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de
mogelijkheden tot arbeidsinschakeling;
gedragingen die de arbeidsinschakeling belemmeren en het onvoldoende meewerken
aan een werkleeraanbod;
als belanghebbende in onvoldoende mate gebruik maakt van de door het college op
basis van de daaraan ten grondslag liggende re-integratieverordening aangeboden
voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen activiteiten gericht op
participatie;
het niet of in onvoldoende mate gebruikmaken van een door het college aangeboden
voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale
activering, inclusief een werkleeraanbod;
het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.
Derde categorie:
Bijzondere omstandigheden, wanneer ernstig tekortschietend besef van verantwoordelijkheid daartoe aanleiding geeft, alsmede het weigeren van een werkleeraanbod.
4.Bij de weging zijn mede de omstandigheden van belang, een jaar voorafgaand aan de
eerste melding bij het Werkplein.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 8.
Indeling in categorieën
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet investeren in jongeren 201