1. Een ambtenaar verleent op verzoek van de gemeentesecretaris
ambtelijke bijstand, tenzij:
a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand
betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad.
b. dit het belang van de gemeente kan schaden.
2. De gemeentesecretaris beoordeelt of de ambtelijke bijstand op
grond van het eerste lid sub a. en/of b. van dit artikel geweigerd
kan worden.
3. Indien de bijstand op grond van het eerste lid onder a. en/of b.
van dit artikel niet wordt verleend, deelt de gemeentesecretaris dit
met redenen omkleed mee aan de griffier. De griffier neemt contact
op met het raadslid dat het verzoek heeft ingediend.
4. Indien het verzoek om ambtelijke bijstand wordt geweigerd door
de gemeentesecretaris kan de griffier of het raadslid het verzoek
voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig
mogelijk over het verzoek.
Deel 1 › Hoofdstuk 3
Artikel 6
Niet in behandeling nemen van verzoek om ambtelijke bijstand
Onderdeel van Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Medemblik, 2011, incl. 1ste wijziging