Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III › Paragraaf 1

Artikel 15

Algemeen

Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling GGD Zuid-Limburg

1.. Het algemeen bestuur treedt ten aanzien van de regeling in de bevoegdheden van de burgemeesters en de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten. 2.. Het algemeen bestuur stelt in een organisatieverordening regels ten aanzien van de organisatie, de werkwijze, de bevoegdheden, de verantwoordelijkheden en de mandatering vast, waarbij inhoudelijk zoveel mogelijk aansluiting wordt gezocht bij de regels, in de ruimste zin, die zijn gesteld bij of krachtens de Gemeentewet zoals die thans luidt, ten aanzien van de verdeling van de bevoegdheden van de gemeentebesturen over de gemeentelijke bestuursorganen, ten aanzien van de uitoefening van die bevoegdheden, alsmede ten aanzien van het toezicht daarop. Daarbij wordt echter niet afgeweken van het bepaalde in de artikelen 34 en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 3.. Het algemeen bestuur kan met inachtneming van het bepaalde in artikel 21 Wet gemeenschappelijke regelingen een regeling treffen waarin aan de leden van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur een tegemoetkoming in de kosten of een vergoeding voor hun werkzaamheden wordt toegekend en kan voorts een regeling treffen waarin een tegemoetkoming in of een vergoeding van bijzondere kosten of financiële voorzieningen worden vastgesteld die verband houden met het lidmaatschap van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur. 4.. Aan het algemeen bestuur behoren alle bevoegdheden, die niet bij deze regeling of anderszins zijn opgedragen aan het dagelijks bestuur of de voorzitter.

Rechtspraak bij dit artikel