**a..** Houtopstand: een houtachtig, opgaand en overblijvend gewas, zowel vitaal als afgestorven, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 30 centimeter op 130 centimeter boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. Als sprake is van een houtopstand van meer dan één houtopstand, zoals omschreven onder b geldt dit criterium van een stamdiameter van minimaal 30 cm niet. Hiervan is in ieder geval sprake bij houtopstandvormers, hakhout, een houtwal, een singel, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een haag;
**b..** Vellen: kappen, afzagen, rooien, met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, waarvan men weet of behoort te weten dat die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben dan wel de natuurlijke vorm van de houtopstand kunnen aantasten;
**c..** Houtopstandwaarde: de financiële waarde van een houtopstand zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Houtopstand;
**d..** Bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning..