De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien:
blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;
blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft;
niet binnen één jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt.
Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie.
HOOFDSTUK 3
Artikel 14
Intrekken van de vergunning
Onderdeel van Erfgoedverordening Hendrik-Ido-Ambacht 2010