Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 9

Voorschriften en beperkingen ventvergunningen

Onderdeel van Beleidsregels vent- en standplaatsen gemeente Dalfsen

1.. Aan een ventvergunning kunnen de volgende voorschriften verbonden worden: Een venter dient zelf aanwezig te zijn. Hij kan zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een bij hem in dienst zijnd persoon; Tijdens het venten mag geen standplaats worden ingenomen; Een venter dient zorg te dragen voor het afvoer van zijn eigen afval; Wanneer tenminste drie achtereenvolgende keren, dan wel vijf maal gedurende twee opeenvolgende maanden, geen gebruik van de ventvergunning wort gemaakt, dan kan de vergunning worden ingetrokken. 2.. In de vergunning worden verder nog voorschriften opgenomen over: De dagdelen en tijdstippen waarop van de vergunning gebruik mag worden gemaakt; Welke goederen of diensten aangeboden mogen worden; De geldigheidsduur van de vergunning.

Rechtspraak bij dit artikel