Naar hoofdinhoud
1.. De vergunning wordt geweigerd, indien: a. de benzinepomp niet zou worden geplaatst bij: 1. een inrichting voor het herstellen van motorrijtuigen, welke van voldoende omvang is; 2. een gebouw of complex van gebouwen, bestemd voor het stallen van motorrijtuigen en ruimte biedend aan een voldoende aantal motorrijtuigen; b.de benzinepomp zodanig zou worden geplaatst, dat: 1. gevaar voor de veiligheid van het verkeer zou ontstaan; 2. de vrijheid van het verkeer in gevaar zou worden gebracht; c.1e de benzinepomp de omgeving zou ontsieren; 2e het karakter van de wijk of straat, waarin of waaraan de benzinepomp zou worden geplaatst, door de aanwezigheid van de benzinepomp zou worden aangetast. 2.. De vergunning kan worden geweigerd, indien de benzinepomp zou worden geplaatst in de nabijheid van een school, ziekenhuis, rusthuis e.d. 3.. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de vergunning in afwijking van het bepaalde in lid 1, onder letter a, te verlenen, indien: a. de benzinepomp zal worden geplaatst aan een in- of uitvalsweg, of aan een belangrijke verbindingsweg; b. de vergunning zal strekken tot uitbreiding en/of wijziging van een benzinepomp, die bij het in werking treden van deze verordening wettig aanwezig was; c. de benzinepomp zal worden geplaatst bij een servicestation of een daarmede gelijk te stellen inrichting, waaraan in het desbetreffende stadsdeel een dringende behoefte bestaat.

Rechtspraak bij dit artikel