Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Regels rond verstrekking en verantwoording

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel 2011

1.. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. De aanvrager is vooraf door de gemeente op een neutrale wijze geïnformeerd over de onderscheidende elementen van het persoonsgebonden budget of zorg in natura. 2.. Het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld als tegenwaarde van de goedkoopst compenserende voorziening. 3.. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; van tevoren te voorzien is dat een voorziening slechts een korte periode gebruikt gaat worden als gevolg van bijvoorbeeld een progressief ziektebeeld. In dat geval vindt verstrekking van de voorziening altijd in natura plaats; de aanvrager eerder een PGB is verleend op grond van de verordening en de aanvrager zich niet gehouden heeft aan de bij de verlening van dat eerdere PGB opgelegde verplichtingen. 4.. De voorwaarden verbonden aan het persoonsgebonden budget en de regels omtrent verantwoording worden vastgelegd in de beschikking. 5.. Ter verantwoording voor uitbetaling van het bedrag persoonsgebonden budget is een door de budgethouder bijgehouden deugdelijke administratie vereist. 6.. De controle van de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt steekproefsgewijs plaats na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar. De verantwoording als bedoeld in het zesde lid vindt plaats middels controle van de administratie van de ontvanger van het persoonsgebonden budget of middels een huisbezoek. 7.. De belanghebbende is verplicht de daarvoor noodzakelijke stukken op verzoek van het college per omgaande te verstrekken. 8.. Na ontvangst van de in het zevende lid bedoelde bescheiden wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk terug te vorderen of te verrekenen.

Rechtspraak bij dit artikel