Naar hoofdinhoud
1.. De grondslag, waarnaar de belasting wordt geheven, is - behoudens het bepaalde in het tweede lid - voor de gebouwde en ongebouwde onroerende goederen het aantal strekkende meters, waarmede het onroerend goed grenst aan de in art. 1 genoemde wegen. 2.. Voor onroerende goederen, die aan twee zijden grenzen aan de in art. 1 genoemde wegen, wordt voor de berekening van de belasting in aanmerking genomen de totale lengte, waarmee het onroerend goed grenst aan die wegen, gedeeld door twee. 3.. Bij de in de vorige leden bedoelde berekeningen worden onderdelen niet groter dan een halve meter verwaarloosd en onderdelen van een halve meter of groter naar boven afgerond op een hele meter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel