Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1 › Paragraaf 1

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Putten 1994. alsmede de daarvan deel uitmakende bijlage 1

In deze verordening wordt verstaan onder: wet: de Huisvestingswet; besluit: het Huisvestingsbesluit; woonruimte: besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; huurprijs: de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand dan wel, indien het betreft een standplaats voor een woonwagen of een ligplaats van een woonschip, het bedrag dat is verschuldigd voor het innemen van die standplaats, onderscheidenlijk ligplaats, uitgedrukt in een bedrag per maand; koopprijs: de prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald; woningzoekende: het huishouden dat in het register als bedoeld in artikel 7 is ingeschreven; economische binding: de binding van een persoon aan een gebied, daarin gelegen dat die persoon voor de voorziening in het bestaan is aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen of vanuit dat gebied; maatschappelijke binding: de binding van een persoon aan een gebied, daarin gelegen dat die persoon gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest van dat gebied; gemeente: de gemeente Putten; regio Noordwest-Veluwe: het grondgebied van de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek en Putten; (vervallen); huishouden: een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren; inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964, dan wel, indien geen aanslag in de inkomstenbelasting is of wordt vastgesteld, het zuiver loon, bedoeld in artikel 9 van de Wet op de loonbelasting 1964, of een op vergelijkbare wijze bepaald bedrag; huisvestingsvergunning: de vergunning, bedoeld in artikel 7 van de wet; eigenaar: het daaromtrent in artikel 1, lid 2, van de wet bepaalde; ingezetene: degene die in het bevolkingsregister van de gemeente Putten is opgenomen. onzelfstandige woonruimte: woonruimte, niet zijnde woonruimte bestemd voor inwoning, welke geen eigen toegang heeft en/of welke door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; inwoning: het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen; (vervallen) standplaats: een standplaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel h van de Woningwet; woonwagen: een woonwagen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e van de Woningwet; klachtencommissie: de commissie als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet; verordening: de Huisvestingsverordening gemeente Putten 1994. starter: een woningzoekende die niet beschikt over een zelfstandige woonruimte of die woont in een tijdelijke woonruimte, zoals een chalet of een bakhuis. y senior: een woningzoekende van 55 jaar of ouder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel