**1..** In afwijking van het in artikel 13 bepaalde wordt de vergunning altijd verleend, indien de woonruimte door de eigenaar gedurende 4 weken bij een huurwoning en 13 weken bij een koopwoning, overeenkomstig de in de leden 2 en 3 weergegeven procedure vruchteloos is aangeboden aan de woningzoekenden die ingevolge het eerste lid van artikel 13 voor die woonruimte in aanmerking komen.
**2.1.** De eigenaar van een koopwoning moet de woonruimte in de in het vorige lid genoemde termijn, die op zijn vroegst aanvangt 22 weken voor de datum waarop het pand vrij van bewoning komt, tenminste 6 maal door middel van advertenties in één of meer door burgemeester en wethouders aan te wijzen dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen die in de gemeente verschijnen, te koop hebben aangeboden.
De advertentie moet in ieder geval bevatten:
het adres van de woonruimte;
de redelijke vraagprijs van de woonruimte, waaronder wordt verstaan maximaal 110% van de taxatiewaarde;
de mededeling, dat degenen die voldoen aan het bepaalde in artikel 13, lid 1, de voorkeur genieten.
**2.2.** De schatting van de waarde van de woning als in 2.1 onder b bedoeld dient - indien burgemeester en wethouders, dat wensen - te geschieden door een door de eigenaar aan te wijzen beëdigd taxateur.
**2.3.** De kosten van deze schatting komen voor rekening van de eigenaar.
**2.4.** Telkenmale wanneer de vraagprijs met meer dan 10% wordt verlaagd of de koopsom met meer dan 10% afwijkt van de vraagprijs, dient opnieuw te worden voldaan aan de voorwaarden zoals gesteld onder het eerste lid, daar niet kan worden gesteld dat tevoren daadwerkelijk vruchteloos is aangeboden.
**3..** De eigenaar van een huurwoning moet de woonruimte in de in het eerste lid genoemde termijn tenminste 2 maal door middel van advertenties in één of meer door burgemeester en wethouders aan te wijzen dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen die in de gemeente verschijnen, te huur hebben aangeboden.
De advertentie moet in ieder geval bevatten:
het adres van de woonruimte;
de huurprijs van de woonruimte, welke:
indien de Huurprijzenwet op die woonruimte van toepassing is, niet hoger is dan de ingevolge die wet geldende maximaal redelijke huurprijs voor de betrokken woonruimte;
indien de Huurprijzenwet niet op die woonruimte van toepassing is, niet hoger is dan redelijk is, gelet op de huurprijs die in het economisch verkeer voor vergelijkbare woonruimten wordt overeengekomen;
de mededeling, dat degenen die voldoen aan het bepaalde in artikel 13, lid 1, de voorkeur genieten.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 4
Artikel 14
Vruchteloze aanbieding
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Putten 1994. alsmede de daarvan deel uitmakende bijlage 1