Deze verordening verstaat onder:
eigen graf:
een graf, grafkelder daaronder begrepen, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden of het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
eigen urnengraf:
een graf, grafkelder daaronder begrepen, ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
algemeen graf:
een graf, bij de gemeente in beheer, dienende tot het begraven van een stoffelijk overschot of het doen bijzetten van een asbus met of zonder urn;
eigen urnennis:
een nis ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
urn:
een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
asbus:
een bus ter berging van as van een overledene;
rechthebbende:
degene, aan wie het uitsluitend recht tot het begraven en begraven houden of het bijzetten en bijgezet houden van een asbus in een eigen graf of het bijzetten en bijgezet houden van een asbus in een eigen urnennis is verleend, of die dat door overschrijving heeft verworven;
gedenkteken:
een voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften en figuren, waaronder kettingen, hekwerken en randen;
herdenkingssteen:
een voorwerp bedoeld voor het aanbrengen van herinneringsplaatjes;
asverstrooiveld:
een permanent daartoe bestemde plaats op de begraafplaats Schootmanshof, bestemd voor het doen verstrooien van as;
beheersverordening:
de verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Putten, vastgesteld bij raadsbesluit van 1 juli 2004, nr. WB/2004/6323.
Artikel 1
Begripsomschrijving
Onderdeel van Verordeningop de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten