Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK IV

Artikel 14

Termijnen eigen graven en gedenkplaats

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen.

1.. Burgemeester en wethouders verlenen, voorzover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag: het uitsluitend recht op een eigen graf voor de tijd van dertig jaar; het uitsluitend recht op een eigen urnengraf voor de tijd van dertig jaar; het uitsluitend recht op een eigen grafkelder voor de tijd van dertig jaar; het uitsluitend recht op een eigen urnennis voor de tijd van tien, twintig of dertig jaar; het uitsluitend recht op een herinneringsplaatje op de herdenkingssteen voor de tijd van tien jaar. 2.. De in het vorige lid bedoelde termijnen vangen aan op de datum waarop de uitgifte heeft plaatsgevonden. 3.. Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd, telkens met een termijn van tien jaren. 4.. Burgemeester en wethouders zullen de rechthebbende één jaar voor de afloop van de termijn genoemd in het eerste lid van dit artikel schriftelijk op de mogelijkheid van verlenging attenderen. 5.. Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 15.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel