Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 5

Verplichtingen van de cliënt

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand

1.. Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken. 2.. De persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. Tot deze verplichtingen behoren: inschrijven als werkzoekende bij het CWI, dan wel de inschrijving tijdig verlengen; het verstrekken van inlichtingen volgens artikel 17 van de wet, dan wel artikel 13 van de Ioaw of de Ioaz, die nodig zijn voor het bepalen van een geschikt re-integratietraject en/of een geschikte voorziening; het meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden van arbeidsinschakeling, ook volgens artikel 55 van de wet; het ondertekenen van een trajectplan; het naar vermogen uitvoering geven aan de verschillende onderdelen van de voorziening en het re-integratietraject; het zich onthouden van gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren; het naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen, deze te aanvaarden en te behouden. 3.. Indien een persoon zijn verplichtingen zoals bedoeld in het tweede lid niet of niet behoorlijk nakomt, kan het college beslissen dat zijn aanspraak op iedere voorziening vervalt. 4.. Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, dan kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand. 5.. Indien de persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

Rechtspraak bij dit artikel