In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
Voorziening:
een woonvoorziening, een vervoersvoorziening of een rolstoel.
b.
Inkomen:
1.
het bruto-inkomen van de gehandicapte indien de gehandicapte 18 jaar of ouder is en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, lid 2 t/m 7 Wvg;
2.
het gezamenlijk bruto-inkomen, van de ouders of pleegouders van de gehandicapte indien de gehandicapte jonger is dan 18 jaar en geen echtgenoot heeft in de zin van artikel 1 lid 2 t/m 7 Wvg;
3.
het gezamenlijk bruto-inkomen, van de gehandicapte en zijn echtgenoot indien de gehandicapte een echtgenoot heeft in de zin van artikel 1, lid 2 t/m 7 Wvg; verminderd met de over het bruto-inkomen verschuldigde belasting, sociale
verzekeringspremies en pensioenpremies, met uitzondering van de procentuele premie voor de verplichte ziekenfondsverzekering.
c.
Hoofdverblijf:
de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de gehandicapte zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven dan wel zal staan ingeschreven, dan wel het feitelijk woonadres indien de gehandicapte met een briefadres is, dan wel zal staan ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie.
d.
Gemeenschappelijke ruimte:
gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woningen, bestemd en noodzakelijk om de woning van de gehandicapte vanaf de toegang tot de woning te bereiken (dit kan uitgebreid worden met: en ruimten die onder het gehuurde vallen en/of waarvan de gehandicapte gebruik moet kunnen maken).
e.
Woningaanpassing:
ingreep van bouw- of woontechnische aard die gericht is op het opheffen of verminderen van ergonomische belemmeringen die een gehandicapte ondervindt bij het normale gebruik van zijn woonruimte en
waarvan de kosten een bedrag van € 45.378,-- niet te boven gaan.
f.
Wet:
de Wet voorzieningen gehandicapten.
g.
Financiële tegemoetkoming:
een tegemoetkoming in de kosten van een voorziening welke kan worden afgestemd op het inkomen van de gehandicapte.
h.
Forfaitaire vergoeding:
een bijdrage ineens die los van het inkomen en los van de werkelijke kosten van een voorziening wordt verstrekt, al dan niet met inachtneming van de inkomensgrens.
i.
Gemaximeerde vergoeding
een vergoeding in de kosten van een voorziening die tot een vastgesteld maximum wordt verstrekt, al dan niet met in achtneming van de inkomensgrens.
j.
Eigen bijdrage:
een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in natura
betaald moet worden en op welk bedrag de bepalingen van de Regeling inzake financiële tegemoetkomingen en eigen bijdragen Wvg van toepassing zijn.
k.
Voorziening in natura:
een voorziening die in eigendom, in bruikleen of in huur wordt verstrekt.
Afdeling I › HOOFDSTUK 1
Artikel 1.1
Begripsbepalingen
Onderdeel van VERORDENING VOORZIENINGEN GEHANDICAPTEN GEMEENTE PUTTEN