Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 9

Ernstig tekortschieten

Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand

1.. De bijstand wordt eenmalig met € 200,00 verlaagd wanneer de belanghebbende naar het oordeel van het college ernstig is tekortgeschoten in: het naar vermogen verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; het meewerken aan een voorziening die in het kader van de wet is aangeboden of die, gezien haar aard en doel, met een Wwb-voorziening gelijk is te stellen; het verlenen van de medewerking die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de wet; het betonen van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; zijn gedrag jegens het college, daaronder begrepen: o personen van wie het de belanghebbende redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij in het kader van de uitvoering van de wet ten dienste of in opdracht van het college werkzaam zijn; personen die betrokken zijn bij de uitvoering van een voorziening ingevolge de wet. 2.. De bijstand wordt eenmalig met € 200,-- verlaagd wanneer sprake is van een herhaald tekortschieten zoals bedoeld in artikel 8, vijfde lid; 3.. De verlaging zoals bedoeld in het eerste lid wordt in beginsel eenmalig toegepast. 4.. Indien de aanspraak op bijstand over de maand waarover de afstemming plaatsvindt, minder bedraagt dan de vastgestelde verlaging zal het bedrag van de verlaging over een langere periode worden toegepast 5.. Van het opleggen van de maatregel kan worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van 12 maanden te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing is gegeven. 6.. Indien sprake is van herhaling van een ernstig tekortschieten binnen 12 maanden na het besluit waarin de maatregel is opgelegd, kan het college besluiten om een eenmalige verlaging van € 400,-- toe te passen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel