Een persoon als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder g, onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikel 22, eerste lid onderdelen a, b en c vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of gebrek en/of chronische psychische en psychosociale problemen:
het gebruik van het openbaar vervoer of
het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.
HOOFDSTUK 5
Artikel 23
Het recht op een vervoersvoorziening
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning