Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 6

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning

1.. Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 6 van de wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing: een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen; de omvang van het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke verzorging is de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate te verstrekken voorziening in natura voor huishoudelijke verzorging, zoals vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning van de gemeente; de omvang van het persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel is de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate te verstrekken hulpmiddel en is inclusief een vergoeding voor instandhoudingskosten voor zover noodzakelijk, zoals vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning. de omvang van het persoonsgebonden budget voor vervoer per eigen auto zoals bedoeld in artikel 22 lid 1 sub a van de verordening wordt het PGB berekend naar een bedrag per kilometer waarvoor deze vervoersvoorziening in de budgetperiode benodigd is; de omvang van het persoonsgebonden budget voor vervoer per taxi of rolstoeltaxi zoals bedoeld in artikel 22 lid 1 sub b en c van de verordening is de tegenwaarde van het in de betreffende situatie goedkoopst adequate vervoer per taxi of rolstoeltaxi; de wijze waarop en de voorwaarden waaronder het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld wordt door het college vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning van de gemeente; op het persoonsgebonden budget is de Overeenkomst persoonsgebonden budget van de gemeente van toepassing. 2.. De toekenning van het te verstrekken persoonsgebonden budget, de omvang en de looptijd ervan worden bij beschikking vastgesteld. 3.. Bij de beschikking wordt een program van eisen verstrekt waarin aangegeven is aan welke vereisten de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening dient te voldoen. De budgethouder van het persoonsgeboden budget is in ieder geval verplicht om kwalitatief verantwoorde zorg in te kopen en de budgethouder dient zorg te dragen voor een schriftelijke overeenkomst met de zorg(dienst)verlener of zorg(dienst)verleningsinstantie waarin de aard van de te verlenen zorg, dienst en voorziening wordt vermeld. 4.. Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget ter beschikking gesteld door storting op de rekening van de aanvrager. 5.. Na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget verstrekt is, dan wel tijdens de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, dient de budgethouder een administratie te voeren en te bewaren, de administratie bestaat uit: de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening; een overzicht van de salarisadministratie; volgens de voorschriften zoals door het college in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente zijn opgenomen. 6.. De budgethouder dient de administratie, na aanschaf van de voorziening dan wel na afloop van de periode waarop het persoonsgebonden budget van toepassing is, te overleggen aan de gemeente. Het college beoordeelt of het verstrekte persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is. 7.. Na beoordeling van de in lid 5 van dit artikel bedoelde administratie wordt door het college beoordeeld of er aanleiding bestaat het persoonsgebonden budget geheel of ten dele terug te vorderen of te verrekenen. 8.. De budgethouder is verplicht om wijzigingen in de omstandigheden, die hebben geleid tot het toekennen van een persoonsgebonden budget, tijdig te melden aan het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel