**1..** De godsdienst-/vormingsleraar dient in het bezit te zijn van:
een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag;
een geneeskundige verklaring, dat hij/zij geen ziekte of gebreken heeft, welke hem/haar voor de uitoefening van de functie ongeschikt maken.
**2..** Het voor het geven van godsdienst- en/of vormingsonderwijs aangewezen personeel onthoudt zich ervan iets te leren, te doen of toe te laten, wat strijdig is met de eerbied, verschuldigd aan de overtuiging van andersdenkenden.
**3..** Zij gedragen zich naar de aanwijzingen door de directeur van de basisschool te geven en stellen de plaats en het tijdstip der lessen in overleg met de directeur der school vast.
**4..** Zij verstrekken desgevraagd alle gewenste inlichtingen aan de directeur der basisschool.
**5..** De uiteindelijke verantwoording voor de inhoud van het godsdienst- en/of vormingsonderwijs, de wijze waarop dit onderwijs wordt gegeven, alsmede de keuze van de leermiddelen die worden gebruikt berusten bij de organisatie of instelling, die het godsdienst- en/of vormingsonderwijs verzorgt.