**1..** Het is verboden bouwwerken die gelegen zijn in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht te beschadigen of te vernielen.
**2..** Het is verboden in een beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht zonder schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met de zodanige vergunning gestelde voorschriften:
bouwwerken te plaatsen, op te richten, af te breken, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;
bouwwerken te herstellen, te gebruiken of laten gebruiken op een wijze, waardoor het stads- of dorpsgezicht wordt ontsierd of in gevaar gebracht;
onroerende zaken, geen bouwwerk zijnde, hieronder begrepen straten, wegen, pleinen, wateren, bronnen, erfscheidingen, te wijzigen.
**3..** Voor het verlenen van een vergunning als bedoeld in lid 2 zijn, totdat een beschermend bestemmingsplan is vastgesteld, de artikelen 6 tot en met 9 van overeenkomstige toepassing.
**4..** Geen vergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een aanschrijving van het bevoegd gezag.
**5..** De artikelen 21 tot en met 23 van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing (Stb. 1984, 406) zijn van toepassing.