Bij het verstrekken van subsidies op grond van deze verordening kunnen de volgende subsidievormen worden onderscheiden:
a.
de structurele subsidie:
een subsidie die van jaar tot jaar beschikbaar wordt gesteld ten behoeve van activiteiten die een continue karakter dragen;
b.
de incidentele subsidie:
een subsidie die wordt verstrekt voor activiteiten die een éénmalig of projectmatig karakter dragen of voor de financiering van bijzondere uitgaven;
c.
de ondersteuningssubsidie:
een incidentele of een structurele subsidie die onafhankelijk van de exploitatieresultaten ter beschikking wordt gesteld en is bedoeld om een bepaalde activiteit aan te moedigen of te ondersteunen;
b.
de budgetsubsidie:
een subsidie die wordt verleend voor een bepaalde periode, waarbij met de subsidieontvanger precies wordt overeengekomen welke activiteiten/ producten de subsidieontvanger zal
dienen te leveren, terwijl de subsidieontvanger anderzijds, binnen het kader van de gemaakte afspraken, zelf kan bepalen welke middelen worden gebruikt om de betreffende activiteiten/producten te kunnen leveren.