Het in artikel 4 omschreven verbod geldt niet voor:
de deelnemers aan een wadlooptocht, georganiseerd door een rechtspersoon, die in het bezit is van een daartoe door Gedeputeerde Staten verstrekte vergunning (A-vergunning), alsmede de personen die door de houder van genoemde vergunning schriftelijk zijn gemachtigd tot het leiden van een wadlooptocht, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 9, 12 en 13;
de deelnemers aan een wadlooptocht, georganiseerd door een natuurlijk persoon die in het bezit is van een daartoe door Gedeputeerde Staten verstrekte vergunning (B-vergunning), alsmede de vergunninghouder zelf;
de natuurlijke persoon, die op basis van een door Gedeputeerde Staten verstrekte vergunning (C-vergunning) individueel of samen met andere vergunninghouders als bedoeld in dit lid een wadlooptocht mag houden;
hen die zich uit hoofde van hen toegestane werkzaamheden noodzake- lijkerwijs op de Waddenzee bevinden;
de opvarende of opvarenden van een drooggevallen of een voor anker liggende boot die zich op dezelfde plaat of kwelder als de boot bevindt of bevinden en zij met ten hoogste zeven personen zijn, en mits zij terugkeren aan boord van de boot, of:
de opvarenden van een drooggevallen of een voor anker liggende boot die zich op dezelfde plaat of kwelder als de boot bevinden en zij binnen een straal van 500 meter van de boot blijven indien zij met acht of meer personen zijn;
hen die alleen of in een groep van minder dan acht personen vanaf de vastelandkust of vanaf een eiland een aan deze kust of dat eiland grenzende plaat of kwelder betreden teneinde een recreatieve activiteit te ondernemen met een strikt lokaal karakter zoals handmatig pierensteken, peuren, beoefenen zeehengelsport en dergelijke.