In iedere werkruimte dient de veiligheid van de prostituee gewaarborgd te zijn.
Ruimten in de seksinrichting waarin zich één of meerdere prostituees plegen te bevinden, moeten zijn voorzien van duidelijke kenbare gelegenheden tot ontvluchting, indien de normale uitgangen daartoe onvoldoende zijn. Deze vluchtgelegenheden moeten vrijgehouden worden van obstakels en, mede gelet op het aantal andere personen dat zich in die ruimten pleegt te bevinden, in een aantal, ligging en grootte toereikend zijn om de prostituees op een zo veilig mogelijke wijze een zo veilig mogelijke plaats te doen bereiken.
De toegangsdeur(en) van een werkruimte dienen van binnenuit te allen tijde te openen te zijn zonder gebruikmaking van losse voorwerpen.
Het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing indien een toegangsdeur van een werkruimte is gelegen aan de weg.
Een werkruimte waarvan de toegangsdeur is gelegen aan de weg moet in open verbinding staan met andere werkruimtes.
Indien het voldoen aan het bepaalde in het vijfde lid niet mogelijk is of niet kan worden gevergd, dienen maatregelen te worden getroffen waardoor de veiligheid van de prostituees anderszins wordt gewaarborgd.
Paragraaf 2.
Artikel 2.6
Sociale veiligheid
Onderdeel van Nadere regels seksinrichtingen en escortbedrijven