Een aanvraag tot vaststelling van een luchthavenregeling bevat tenminste de volgende gegevens:
naam, adres, contactgegevens, rechtspersoonlijkheid, contactperso(o)n(en) en eventuele adviseurs van de aanvrager, en indien de aanvrager niet de (beoogde) exploitant is, tevens de genoemde gegevens van de (beoogde) exploitant en de gebruikers;
een aanduiding van de ligging van het terrein dat bestemd is om als luchthaven te worden ingericht, met een topografische kaart op een schaal van 1:5.000 en de kadastrale aanwijzing van het terrein, voorzien van de Rijksdriehoek coördinaten;
de eigendomssituatie met betrekking tot het terrein, en voor zover de aanvrager niet de eigenaar is, een verklaring van de eigenaar of eigenaren dat deze instemt of instemmen met het voorgenomen gebruik als luchthaven;
de planologische situatie van het luchthaventerrein;
een of meer tekeningen waaruit de beoogde ruimtelijke indeling van het gebied van en rond de als luchthaven blijkt, met inbegrip van (maximale) hoogte van objecten;
een onderbouwing voor de aanvraag van een luchthavenregeling;
een plan voor het gebruik van de luchthaven voor een periode in de eerste vijf jaar na inwerkingtreding van de luchthavenregeling;
de voor het beoogde gebruik noodzakelijke berekeningen als bedoeld in hoofdstuk 2 van de Regeling burgerluchthavens en artikel 8.44, derde lid van de wet met betrekking tot het bepalen van de geluidsbelasting, het externe-veiligheidsrisico van het luchthavenluchtverkeer en de lokale luchtverontreiniging; waaronder in ieder geval de brongegevens van de luchtvaartuigen waarmee gevlogen wordt;
een bij het voornemen passende beschrijving van de mogelijke effecten op het milieu en de (leef)omgeving;
een beschrijving waaruit blijkt dat de beoogde luchthaven past binnen de geldende, door Provinciale Staten vastgestelde Luchtvaartnota;
een verklaring waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde bepalingen van de Regeling veilig gebruik luchthavens en andere terreinen.
Hoofdstuk
Artikel 2.3