Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 2

Loonkostensubsidie

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit re-integratieverordening

1.. Het college kan aan een werkgever een subsidie geven voor de loonkosten van een werknemer die in het kader van een traject gericht op instroom in algemeen geaccepteerde arbeid ten behoeve van die werkgever werkt. Hiertoe wordt door het re-integratiebedrijf een trajectplan opgesteld. 2.. Aan werkgevers die een persoon in dienst nemen die tenminste 6 maanden als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij het CWI en behoort tot de doelgroep jongeren of ANW-ers kan een éénmalige loonkostensubsidie (opstapbaan) verstrekt worden van maximaal € 5.000,- per 12 maanden. Deze subsidie wordt alleen verstrekt indien de werkgever een arbeidscontract aanbiedt van tenminste 6 maanden. 3.. Aan werkgevers die een uitkeringsgerechtigde of kunstenaar in dienst nemen die tenminste 12 maanden als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij het CWI, of behoort tot de doelgroep arbeidsgehandicapten of ouderen kan een éénmalige loonkostensubsidie (opstapbaan) verstrekt worden van € 12.000 per 12 maanden. Deze subsidie wordt alleen verstrekt indien de werkgever een arbeidscontract aanbiedt van tenminste 6 maanden. 4.. Aan werkgevers die een uitkeringsgerechtigde of kunstenaar in dienst nemen die tenminste 24 maanden als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij het CWI kan een loonkostensubsidie (vangnetbaan) worden verstrekt van maximaal 90% van het wettelijk minimumloon gedurende maximaal 12 maanden. Deze termijn kan tweemaal verlengd worden met maximaal 12 maanden, waarbij de loonkostensubsidie wordt vastgesteld op maximaal 75% van het wettelijk minimumloon gedurende het tweede jaar en maximaal 50% van het wettelijk minimumloon gedurende het derde jaar. 5.. Aan werkgevers die een uitkeringsgerechtigde of kunstenaar in dienst nemen die tenminste 36 maanden als werkloos werkzoekende staat ingeschreven bij het CWI kan een loonkostensubsidie (vangnetbaan) worden verstrekt van maximaal 100% van het wettelijk minimumloon gedurende 12 maanden. Deze termijn kan tweemaal verlengd worden met 12 maanden. 6.. Aan werkgevers die jongeren zonder startkwalificatie in het kader van een beroeps begeleidende leerweg (BBL) tot en met niveau 2 een arbeidsovereenkomst voor tenminste 12 maanden aanbieden kan een loonkostensubsidie verstrekt worden van € 2.500 per 12 maanden gedurende maximaal 24 maanden 7.. Voor uitkeringsgerechtigden of kunstenaars, die 55 jaar of ouder zijn kan een loonkostensubsidie worden verstrekt van 100% van het minimumloon tot de eerste van de maand waarin men 65 jaar wordt. De subsidie wordt telkens voor 12 maanden toegekend, nadat is vastgesteld dat de werknemer op deze subsidie is aangewezen. 8.. Voor personen die werkzaam zijn op grond van artikel 20 van de re-integratieverordening en geboren zijn voor 1 januari 1954 blijft de loonkostensubsidie doorlopen tot de eerste van de maand waarin men 65 wordt 9.. De subsidie is gebaseerd op dienstverbanden van 32 uren per week. Het subsidiebedrag wordt naar rato verlaagd bij een dienstverband van minder dan 32 uren per week. 10.. Indien een dienstverband van >32 uur noodzakelijk is om een werknemer uitkeringsvrij te maken, dan kan de subsidie naar rato worden verhoogd. 11.. De subsidie voor loonkosten moet worden aangevraagd uiterlijk drie maanden na ingangsdatum van de arbeidsovereenkomst. 12.. Onderstaande situaties worden gelijkgesteld met een inschrijvingstermijn als werkloos werkzoekende bij het CWI; a. detentieperiode b. periode van WWB uitkering c. werk in loondienst in de afgelopen 12 maanden voorzover dat niet langer heeft geduurd dan 50 dagen of 400 uur d. personen die werkzaam zijn op grond van artikel 20, eerste lid van de re-integratieverordening en men zich voor 1 januari 2005 heeft laten inschrijven als werkzoekende bij het CWI e. kunstenaars die een WWIK uitkering ontvangen van de gemeente Breda f. mensen die op basis van een re-integratieovereenkomst betaald te werk worden gesteld

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel