Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3.

Artikel 4.

Verlaging gehuwden

Onderdeel van Toeslagenverordening Breda 2009

1.. De verlaging bedoeld in artikel 26 van de WWB bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben in dezelfde woning. 2.. De verlaging bedoeld in artikel 31 van de WIJ bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben. 3.. De verlaging bedoeld in artikel 26 van de WWB bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die voor het bewonen van hun woning geen woonkosten zijn verschuldigd. 4.. De verlaging bedoeld in artikel 31 van de WIJ bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die voor het bewonen van hun woning geen woonkosten zijn verschuldigd. 5.. De verlaging bedoeld in artikel 26 van de WWB bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en die voor het bewonen van hun woning geen woonkosten zijn verschuldigd. 6.. De verlaging bedoeld in artikel 31 van de WIJ bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die met één of meer anderen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en die voor het bewonen van hun woning geen woonkosten zijn verschuldigd. 7.. De verlaging bedoeld in artikel 26 van de WWB bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die inwonen bij één of beide ouders. 8.. De verlaging bedoeld in artikel 31 van de WIJ bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die inwonen bij één of beide ouders. 9.. De verlaging op grond van het eerste lid blijft achterwege als inwonende kinderen van 18 tot 27 jaar met een inkomen uit studiefinanciering of inwonende kinderen van 18 tot 21 jaar met een inkomensvoorziening WIJ in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben. 10.. De verlaging op grond van het eerste lid blijft achterwege als inwonende kinderen van 18 tot 27 jaar met een inkomen uit studiefinanciering én een inkomen uit arbeid, welk inkomen maximaal 10% van de van toepassing zijnde gehuwdennorm is, in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben. 11.. De verlaging op grond van het eerste, tweede, zevende en achtste lid blijft achterwege voor de zorgbehoevende en zijn verzorger.

Rechtspraak bij dit artikel