**1..** Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Winkeltijden Sluis.
ALGEMENE TOELICHTING
De Winkeltijdenwet
Op 1 januari 2011 is een wijziging van de Winkeltijdenwet in werking getreden. Deze wijziging scherpt de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet aan om zo 'het oneigenlijk gebruik van deze bepaling' tegen te gaan.
De uitgangspunten van de wet komen neer op het volgende:
Op maandag t/m zaterdag, de werkdagen, is openstelling van winkels toegestaan tussen 06.00 en 22.00 uur. Gemeenten mogen tijdens deze uren geen beperkingen opleggen aan de openstelling van winkels.
Aan het aantal openingsuren per winkel per week is geen maximum verbonden.
Tijdens de nachturen van 22.00 tot 06.00 uur is winkelopening op werkdagen niet toegestaan. Gemeenten kunnen echter vrijstellingen of ontheffingen van deze verplichte winkelsluiting verlenen. Op Goede Vrijdag, Kerstavond (24 december) en Dodenherdenking (4 mei) moeten de winkels vanaf 19.00 uur dicht zijn.
Op zon- en feestdagen is winkelopening niet toegestaan. Voor maximaal 12 zon- en feest-dagen per kalenderjaar kan de gemeente vrijstelling of ontheffing van deze verplichte sluiting verlenen. De Winkeltijdenwet merkt in dit verband als feestdagen aan: Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag en Terste en Tweede Kerstdag.
Winkels waar uitsluitend of hoofdzakelijk levensmiddelen worden verkocht (in de praktijk gaat het vaak om supermarkten) kunnen ontheffing krijgen om op zon- en feestdagen vanaf 16.00 uur open te zijn. Ze moeten dan wel op alle zon- en feestdagen voor 16.00 uur dicht zijn, ook als die als koopzondag zijn aangewezen. Belangrijk is ook dat er in een gemeente maar één ontheffing per 15.000 inwoners mag worden verleend.
De raden kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van de verplichte winkelsluiting op zon- en feestdagen in verband met op de gemeente of een deel daarvan gericht autonoom toerisme. De wekelijkse zondagsopenstelling onder de vlag van het toeristisch regime blijft dus mogelijk (zie hierna).
De Winkeltijdenwet is niet alleen van toepassing op winkels: het is op de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde dagen en tijden ook verboden om in de uitoefening van een bedrijf (anders dan in een winkel) goederen te koop aan te bieden of te verkopen aan particulieren. Dit volgt uit artikel 2, tweede lid.
De gewijzigde Winkeltijdenwet verbindt aan het instellen van het toeristisch regime de voorwaarde dat er in de gemeente sprake is 'van een op de gemeente of een deel daarvan gericht toerisme met een substantiële omvang, mits de aantrekkingskracht voor dat toerisme geheel of nagenoeg geheel is gelegen buiten de verkoopactiviteiten die door de vrijstelling of de bevoegdheid om ontheffing te verlenen mogelijk worden gemaakt'. Er moet dus sprake zijn van een autonome toeristische aantrekkingskracht, die losstaat van de winkelopening op zondag. Met andere woorden: een gemeente kan alleen een succesvol beroep op de toerismebepaling doen c.q. blijven doen als er sprake is van op de gemeente gericht toerisme met een substantiële omvang met een ander doel dan om er recreatief te winkelen. De winkelopenstelling mag geen doel op zich zijn, maar moet ondersteunend zijn aan de toeristische aantrekkingskracht. Als indicatoren voor het beoordelen van de genoemde substantiële omvang gelden volgens de Memorie van Toelichting: inkomsten uit toeristenbelasting en parkeergelden, aantallen be-zoekers, overnachtingen e.d. Als sprake is van autonoom toerisme met een substantiële omvang, komt het wegen en afwegen van belangen aan de orde.
Voorts moeten gemeenten naast economische argumenten (werkgelegenheid en economische bedrijvigheid, waaronder het belang van winkeliers met weinig of geen personeel en van winkelpersoneel) ook immateriële belangen, zoals de zondagsrust en de leefbaarheid, de veiligheid en de openbare orde uitdrukkelijk in de besluitvorming meewegen.
Gemeenten die een toeristisch regime hebben opgesteld, zullen dit moeten herzien. Uiterlijk één jaar na het van kracht worden van vorengenoemde wetswijziging moet voldaan zijn aan de criteria die genoemd zijn in artikel 3 van de gewijzigde wet. Het deel van de gemeentelijke ver-ordening over het toeristisch regime staat vanaf de inwerkingtreding open voor bezwaar en beroep (artikel 10). Tijdens zo’n procedure kan de gemeente niet besluiten tot (meer dan twaalf) koopzondagen (artikel 12).
De Winkeltijdenwet dateert uit 1996. Deze verving de Winkelsluitingswet. De Winkeltijdenwet biedt winkeliers meer mogelijkheden om in de avonduren en op zon- en feestdagen hun winkels open te stellen voor hun klanten. De hoofdregel van de Winkeltijdenwet is dat winkels op zon- en feestdagen gesloten zijn. De wet biedt gemeenten enkele mogelijkheden om hierop een uitzon-dering te maken. Een (algemene) uitzondering die voor alle gemeenten geldt, is dat zij maximaal twaalf koopzondagen per jaar kunnen aanwijzen. Een andere uitzondering is de toerismebe-paling. Deze houdt in dat meer dan twaalf koopzondagen in een gemeente zijn toegestaan als die gemeente toeristen aantrekt om reden en 'buiten de verkoopactiviteiten die door de vrijstelling of ontheffing mogelijk worden gemaakt.
In de op 29 januari 2004 vastgestelde Verordening Winkeltijden gemeente Sluis 2004 (die de opvolger was van de Verordening winkeltijden gemeente Oostburg en de Verordening winkel-tijden Sluis-Aardenburg) is van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Artikel 7 van deze veror-dening regelde de vrijstelling voor de openstelling van winkels op zon- en feestdagen in verband met het toerisme in de gehele gemeente. De motivering om van deze mogelijkheid gebruik te maken is overigens zeer summier.
Om te voldoen aan de bepalingen van genoemde wetswijziging wordt een nieuwe verordening (Verordening Winkeltijden Sluis) ter vaststelling aangeboden. In deze nieuwe regeling wordt wederom het toeristisch regime in de gehele gemeente van toepassing verklaard. Onderstaand wordt aangegeven waarom daartoe wordt overgegaan. Daarbij wordt aansluiting gevonden bij het Omgevingsplan Zeeland 2006-2012, het Provinciaal Sociaal-Economisch Beleidsplan 2009-2012 en het Gebiedsplan West Zeeuwsch-Vlaanderen ‘Natuurlijk Vitaal’. Ook wordt aansluiting gezocht bij het rapport Economische gevolgen beoogde aanpassing winkeltijdenwet van het Centraal Plan Bureau (2009), het rapport Gemeente Sluis in Beeld, Sociaal Economische Analyse van de ge-meente Sluis van de Kamer van Koophandel Zuidwest Nederland (2010), het rapport Cijfers & feiten per regio, Zeeuws-Vlaanderen vakanties en overnachtingen van het Kenniscentrum Toe-risme (2009) en de Handreiking economische bedrijvigheid bij bevolkingsdaling van het Ministerie van Economische Zaken (2010).
GEMEENTELIJKE BEVOEGDHEDEN
Als algemene regel geldt dat op zon- en feestdagen de winkels gesloten zijn. Hiervoor is hierop al ingegaan. Hierop bestaat een aantal uitzonderingen in de vorm van vrijstellings- en ontheffings-mogelijkheden. Hiermee kan ook buiten de wettelijk geregelde sluitingstijden winkelopening worden toegestaan.
Allereerst gaat het om de bevoegdheid op werkdagen na 22.00 uur winkelopening toe te staan (artikel 7 Winkeltijdenwet). Van deze bevoegdheid is in de nieuwe verordening geen gebruik gemaakt.
Verder noemt de wet bevoegdheden op zon- en feestdagen en 19-uurdagen. De gemeenteraad heeft op grond van artikel 3, eerste lid, Winkeltijdenwet de bevoegdheid om per kalenderjaar maximaal twaalf zondagen of feestdagen als koopzondag aan te wijzen. Deze bevoegdheid geldt per deel van de gemeente afzonderlijk en kan worden overgedragen aan het college van burgemeester en wethouders. Ook kan de raad het college van burgemeester en wethouders een ontheffingsbevoegdheid toekennen. Artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, Winkeltijdenwet bepaalt dat de winkels op zondag gesloten moeten zijn. In het eerste lid, onder b, wordt een aantal andere dagen genoemd waarop de winkels gesloten moeten zijn, namelijk Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag en Eerste en Tweede Kerstdag. Deze dagen zijn in artikel 1 van de modelverordening gedefinieerd als feestdagen. Daarnaast noemt artikel 2, eerste lid onder b, van de Winkeltijdenwet nog drie dagen waarop de winkels gesloten moeten zijn vanaf 19.00 uur: Goede Vrijdag, 4 mei en 24 december. Deze dagen vallen dus niet onder het begrip feestdagen. Ze worden verder aangeduid als “19-uurdagen”. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag en Eerste en Tweede Kerstdag zijn ook in artikel 1 van het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet gedefinieerd als feestdagen. Artikel 3, eerste lid, van de Winkeltijdenwet noemt als dagen die als koopzondag kunnen worden aangewezen naast de zondagen alleen de hiervoor vermelde feestdagen Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag en Eerste en Tweede Kerstdag.
Ook kent de wet bevoegdheden voor specifieke situaties. De gemeente heeft de bevoegdheid om bij verordening een vrijstelling te verlenen van het verbod om op zon- en feestdagen open te zijn vanwege op de gemeente of een deel daarvan gericht autonoom toerisme (artikel 3, derde lid, onder a). In de nieuwe verordening is deze bevoegdheid wederom opgenomen. In deze toelichting wordt hierop uitvoerig ingegaan.
De wet voorziet in artikel 3, vierde lid, in een bevoegdheid van de gemeenteraad om in een verordening een bevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders toe te kennen om aan winkels die uitsluitend of hoofdzakelijk eet- en drinkwaren verkopen een ontheffing te verlenen voor opening op zon- en feestdagen vanaf 16.00 uur. Per 15.000 inwoners van de gemeente mag slechts één winkel worden aangewezen. In gemeenten met minder dan 15.000 inwoners mag aan één winkel een dergelijke ontheffing worden verleend. Ervan uitgaande dat in de gemeente geen behoefte bestaat aan een dergelijke regeling is in de nieuwe verordening deze mogelijkheid niet opgenomen.
Het college heeft op grond van artikel 4, eerste lid, van de wet de bevoegdheid om bij plotseling opkomende bijzondere omstandigheden een vrijstelling van de verplichte winkelsluiting te verlenen. Daarnaast kan de raad het college in bij de verordening aangewezen gevallen de bevoegdheid toe kennen op verzoek een ontheffing verlenen bij bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard en voor het uitstallen van goederen. In de verordening is deze mogelijkheid opgenomen.
Tenslotte zij vermeld, dat alle op grond van de wet en de verordening te verlenen vrijstellingen en ontheffingen kunnen onder beperkingen worden verleend; ook kunnen er voorschriften aan worden gebonden.
TOERISMEBEPALING
Historie
Reeds voor 1940, onder de werking van de Winkelsluitingswet 1930, kende de stad Sluis, in verband met het toerisme, ruime ontheffingsmogelijkheden voor zondagsopenstelling. Sedert 18 maart 1935 was een verordening van kracht op basis waarvan:
alle winkels op zondag van 9 uur tot 13 uur geopend mochten zijn, en
van 13 uur tot 20 uur de winkels waar uitsluitend of in hoofdzaak ten verkoop in voorraad zijn: kunstvoorwerpen, antiquiteiten, souvenirs, foto-artikelen, prentbriefkaarten, tabaksarti-kelen, kleine consumptie-artikelen, zoals belegde broodjes, croquetten e.d., fruit, melk, zui-velproducten, alcoholvrije producten, brood, banket, suikerwerk of chocolade al dan niet tezamen met consumptie-ijs.
Deze zondagopenstelling is onder de Winkelsluitingswet 1951 voortgezet. In verschillende veror-deningen, welke alle bij Koninklijk Besluit zijn goedgekeurd, is de zondagsopenstelling vastgelegd. Op 1 november 1978 trad de Winkelsluitingswet 1976 in werking. Ook onder de werking van deze wet werden elke drie jaar door de raad van de gemeente Sluis verordeningen vastgesteld op grond waarvan een algehele zondagsopenstelling van 8 tot 21 uur toegestaan werd. Deze situatie heeft geduurd tot de invoering van de Winkeltijdenwet in 1996.
Rond 1978 kende West Zeeuws-Vlaanderen in de plaatsen Aardenburg, Sluis, Cadzand, Groede en Nieuwvliet een zondagsopenstelling. Later is daar Breskens bijgekomen.
Ook onder de werking van de Winkeltijdenwet 1996, die een verruiming betekende ten opzichte van de Winkeltijdenwet 1951, bleef de zondagsopenstelling in stand.
Door deze bijzondere situatie is Sluis in de loop der jaren uitgegroeid tot een nationaal en inter-nationaal bekend winkelcentrum, dat niet alleen uniek is in Nederland, maar ook bekend ver over de grens.
Wat de gemeente Sluis betreft en de kern Sluis in het bijzonder is de zondagopenstelling derhalve een recht dat van oudsher bestaat. Dit recht heeft er mede toe bijgedragen dat de kern en de regio zich hebben kunnen ontwikkelen tot een toeristische en recreatieve regio van formaat.
Aantrekkingskracht van de regio
De gemeente voldoet door de toeristische en recreatieve sector en recreatieve attracties als weinig andere gemeenten in ons land aan dit criterium. De argumenten welke sedert de jaren veertig van de vorige eeuw golden, zijn nog steeds van toepassing, ongetwijfeld in versterkte mate. De toeristisch-recreatieve sector is van uitzonderlijk belang voor de economische en sociale vitaliteit van de gehele gemeente. De zondagopenstelling maakt al vele jaren onderdeel uit van het totale toeristische product van de gemeente en haar rechtsvoorgangers. Het toerisme en de recreatie zijn de belangrijkste pijler voor de gemeente, sinds de neergang van de landbouw. Zij vormt de belangrijkste economische motor. Ieder jaar ontvangt de regio miljoenen gasten en daarmee vormt de gemeente Sluis een terechte uitzondering op de Winkeltijdenwet.
Het toerisme richt zich niet alleen op de kust, maar ook op de kernen, met name Sluis, Breskens, Oostburg en Aardenburg en zeker ook op het achterland. Hiervoor is al aangegeven dat ook dit eigenlijk al van oudsher zo is. De gemeente vormt daarmee een toeristisch gebied met een grote aantrekkingskracht en voldoet daarmee aan de wettelijke criteria om het toeristisch regime in de gehele gemeente in te stellen.
De zondagopenstelling levert behalve aan het versterken van de positie van de gemeente als toeristische bestemming tevens een bijdrage aan het stimuleren van de economie in de regio. Het toerisme levert inkomsten op voor alle ondernemers. Bezoekers besteden geld in het gebied waar zij verblijven en zorgen daarmee voor inkomsten voor ondernemers. Dat geldt voor onder-nemers in de toeristische sector alsmede voor aanverwante sectoren zoals de detailhandel en horeca.
Door toenemende welvaart en vrije tijd, onder meer bij een groeiende groep senioren, is er ook de potentie om het toerisme uit te bouwen. Er zijn plannen ingediend voor verschillende recreatieprojecten waar nog zo’n 1500 recreatiewoningen worden gebouwd welke recreatief bewoond zullen worden. Daarnaast zullen er nog 2000 slaapplaatsen in appartementen in diverse kernen aan de kust gerealiseerd worden. Met eenzelfde capaciteit kunnen de toeristische bestedingen daardoor toenemen.
Het toerisme creëert bovendien werkgelegenheid. Het gaat daarbij zowel om werkgelegenheid in de toeristische sector zelf als om indirecte werkgelegenheid die door het toerisme in andere sectoren zoals de detailhandel ontstaat. Bijna 1.560 arbeidsplaatsen zijn in gemeente Sluis gemoeid met recreatie en toerisme. Deze sector is daarmee goed voor 14,9% van de totale werkgelegenheid. In degemeente Sluis is, net als in Schouwen-Duiveland, het toeristisch belang duidelijk hoger dan in de andere Zeeuwse steden blijkt uit de cijfers van de Kamer van Koophandel. De gemeente telde in 2008 in totaal 370 winkelgerelateerde vestigingen binnen de detailhandel. Bij deze bedrijven zijn ruim 1.600 personen werkzaam. De winkelbranche is daarmee goed voor 13,5% van alle vestigingen en 15,4% van de totale werkgelegenheid. De verkooppunten in de gemeente zijn goed voor 80.053 m2 vvo (verkoopvloeroppervlak). Bijna een derde van dit oppervlak heeft betrekking op mode & luxe. Wanneer het aantal m2 vvo wordt gerelateerd aan de omvang van de bevolking bezet Sluis binnen Zeeland de eerste plaats. Met circa 3.300 m2 vvo per 1.000 inwoners heeft Sluis een grote voorsprong op de overige Zeeuwse gemeenten.
Het belang van de recreatie en het toerisme voor de gemeente blijkt voorts uit de volgende cijfers. Op jaarbasis ontvangt de gemeente een bedrag van € 2,5 miljoen aan toeristenbelasting, een bedrag van € 1,7 miljoen aan parkeeropbrengsten (parkeerbelasting) en een bedrag van € 1,1 miljoen aan forensenbelasting.
Ook het grote aanbod en populariteit van de vele fiets-, wandel en autoroutes die VVV Zeeuws-Vlaanderen beschikbaar stelt, geeft aan welke aantrekkingskracht de regio heeft. Jaarlijks worden diverse toeristische magazines en tv-programma’s gevuld met artikelen en uitzendingen over West Zeeuws-Vlaanderen.
De streek staat bekend om lekkernijen van eigen bodem. De vele cafés, restaurants, strandpaviljoens, musea en attracties voor jong en oud bieden toeristen een verscheidenheid aan amusement.
Daarnaast heeft de gemeente te maken met de gevolgen van krimp. De bevolkingsdaling biedt uitdagingen voor de lokale economie, maar de demografische en economische veranderingen moeten opgevangen worden. De vergrijzing, ontgroening en (een toename van) vertrek van geschoolde jongvolwassenen kan leiden tot een kwalitatieve en kwantitatieve afname van het aantal detailhandelszaken, een onaantrekkelijk vestigingsklimaat en een mismatch tussen onderwijs en de arbeidsmarkt. Bovendien zijn deze effecten op elkaar van invloed, waardoor ze elkaar kunnen versterken. De zondagopenstelling is van groot belang, juist in deze tijd, omdat het de bedrijvigheid in onze regio versterkt en bijdraagt aan de instandhouding van de lokale economie. De toeristische aantrekkingskracht en impulsen hebben daarnaast een meer dan positief effect op de leefbaarheid van de kernen in de gemeente.
De zondagssluiting c.q. de beperking van de zondagsopenstelling zal leiden tot het verlies van werkgelegenheid. Ook het in 2009 op verzoek van het ministerie van Economische Zaken uitgevoerde onderzoek van het Centraal Planbureau laat zien dat beperking van het aantal koopzondagen een negatief effect heeft op de werkgelegenheid in de detailhandel.
Kooptoerisme
Van oudsher vindt in West-Zeeuws-Vlaanderen op grote schaal kooptoerisme plaats. Dit bezoek richt zich op specifieke artikelen of diensten. Daarnaast zijn de koopcentra gericht op 'normaal' dagtoerisme in de vorm van recreatief winkelen en horecabezoek. Dit recreatief winkelen (“funshoppen”) is een onderdeel van de verzorgende functie. Bij deze vorm van winkelen staat het kijken en vergelijken centraal in een aantrekkelijke verblijfsomgeving. De inspanningen in genoemde kernen zijn gericht op het versterken van de kwaliteit, diversiteit, identiteit en complementariteit van de hier gevestigde winkels.
Verblijfstoerisme
Verblijfstoeristen zijn, voor zover zij zich niet in hotels bevinden, van groot belang voor de dagelijkse voorzieningen aangezien ze een belangrijk deel van hun dagelijkse benodigdheden ter plaatse kopen. Voor de niet-dagelijkse aankopen zijn deze toeristen echter niet afhankelijk van het lokale aanbod. Bestedingen zijn dan sterk afhankelijk van het weer en het aanbod (impulsaankopen). Vooral attractieve recreatieve centra kunnen profiteren van de aanwezigheid van verblijfstoeristen. Verblijfstoerisme concentreert zich vooral in WestZeeuws-Vlaanderen, het grondgebied van de gemeente Sluis. Jaarlijks wordt de regio bezocht door miljoenen dagtoeristen en verblijven er bijna 2,4 miljoen toeristen op de campings, vakantiehuizen en hotels. Het draagvlak voor de dagelijkse voorzieningen wordt hierdoor vergroot met circa 6.600 inwoners.
Horeca
De gemeente herbergt sinds 2011 drie sterrenrestaurants en daarmee de top van het Nederlandse restaurantwezen. Het is een bevestiging van de continue hoge kwaliteit van het toeristische en culinaire product. In de regio zijn maar liefst 22 sterren te vinden, waarmee zij grote aantrekkingskracht heeft voor de culinaire liefhebbers.
Conclusie
Van oudsher is er in West Zeeuws-Vlaanderen sprake van een autonoom toerisme met een meer dan substantiële omvang, hetgeen een zondagsopenstelling rechtvaardigt. De andere in de wet genoemde belangen worden hierdoor niet geschaad. Zo al is aangegeven is het toerisme ook voor de leefbaarheid van de kernen van wezenlijk belang. Wij verwachten wat betreft veiligheid en openbare orde geen nadelige gevolgen van de zondagsopenstelling. Ook in de achterliggende jaren is hiervan nimmer gebleken. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat dit onder de gewijzigde wet wel het geval zal zijn. Evenmin heeft de zondagsopenstelling invloed op de zondagsrust in de woongebieden. De winkelopenstelling op zondags zal op generlei wijze leiden tot extra toezicht- en handhaving. Uit een consultatieronde onder de religieuze instellingen in West Zeeuws-Vlaanderen is tevens gebleken dat er geen opmerkingen zijn ten aanzien van de zondagsrust.
De toeristische aantrekkingskracht die de gemeente heeft, zal zij ook in de toekomst moeten blijven houden om de perifere ligging van de regio te compenseren en de gevolgen van krimp op te vangen.
Daarom wordt dit zogenaamde toeristische regime van toepassing verklaard op het gehele grondgebied van de gemeente. De vrijstelling geldt van 9 tot 19 uur. Het college kan voor de opening voor de periode voor 9 uur en na 19 uur ontheffing verlenen ten behoeve van bijzondere gelegenheden van tijdelijke aard. De vrijstelling geldt in verband met de bepalingen in de Winkeltijdenwet niet na 19 uur op Goede Vrijdag, 4 mei en 24 december.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING