Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 2.4

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening Wmo 2012 (Verordening maatschappelijke ondersteuning)

1.. Indien een persoonsgebonden budget wordt verleend, wordt in het besluit vermeld voor welke voorzieningen het budget wordt verleend. 2.. De omvang van het persoonsgebonden budget is niet hoger dan de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate te verstrekken voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingkosten, zoals vastgelegd in het Besluit nadere regels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beuningen. 3.. De wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld en betaalbaar wordt gesteld wordt door het college vastgelegd in het Besluit nadere regels individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beuningen. 4.. Een persoonsgebonden budget wordt niet verstrekt aan de persoon: die naar het oordeel van het college niet in staat is het budget op een verantwoorde wijze te beheren, tenzij de persoon de beschikking heeft over een goed netwerk dat zorg kan dragen voor het beheer; die verkeert in staat van faillissement als bedoeld in de Faillissementswet; die twee of meer schulden heeft waarvoor geen betalingsregeling is getroffen; die wegens schuldenproblematiek wordt begeleid door Maatschappelijk Werk, de Kredietbank of een hiermee vergelijkbare dienstverlenende instantie; ten aanzien waarvan door de rechter een schuldsanering is vastgesteld op grond van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen; die onder curatele is gesteld, tenzij de curator zich bereid verklaart het persoonsgebonden budget te beheren; die onder bewind is gesteld, tenzij de bewindvoerder zich bereid verklaart het persoonsgebonden budget te beheren; ten aanzien van wie misbruik of oneigenlijk gebruik van het persoonsgebonden budget is vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel