**1..** Een persoon kan voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel
6.2 lid 1 sub a in aanmerking worden gebracht wanneer
aantoonbare beperkingen het normale gebruik van de woning
belemmeren.
**2..** Een persoon kan voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel
6.2 lid 1 sub b in aanmerking worden gebracht indien de in het
eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de
goedkoopst adequate oplossing is en de voorziening gericht is op
het compenseren van beperkingen die het normale gebruik van de
woning belemmeren.
**3..** Een persoon kan voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel
6.2 lid 1 sub c in aanmerking worden gebracht indien de in het
eerste en tweede lid genoemde voorzieningen niet te realiseren
zijn of niet de goedkoopst adequate voorzieningen zijn en
wanneer aantoonbare beperkingen in de persoon het normale
gebruik van de woning belemmeren.
**4..** Een persoon kan voor een combinatie van de voorzieningen als
bedoeld in artikel 6.2 lid 1 sub a tot en met c in aanmerking
worden gebracht indien deze voorzieningen afzonderlijk niet de
goedkoopste adequate voorzieningen zijn en wanneer aantoonbare
beperkingen in de persoon het normale gebruik van de woning
belemmeren. Daarbij geldt dat een woonvoorziening als bedoeld in
artikel 6.2 lid 1 sub b als onderdeel van de combinatie van
voorzieningen slechts wordt verstrekt indien deze gericht is op
het opheffen of verminderen van ergonomische belemmeringen.
**5..** Het college kan besluiten af te zien van het in dit artikel
neergelegde primaat van verhuizing in de gevallen aangegeven in
het Besluit nadere regels individuele voorzieningen
maatschappelijke ondersteuning gemeente Beuningen.
**6..** Een persoon kan voor een woonvoorziening als bedoeld in artikel
6.2 lid 1 sub h in aanmerking worden gebracht indien de hulphond
is verstrekt door de Stichting Hulphond en de hulphond bijdraagt
in het oplossen van beperkingen in het normale gebruik van de
woning.